Oom agent verandert (1)

 In Geen categorie

De politie krijgt vandaag de dag veel aandacht in de pers, maar deze is doorgaans niet zo positief. In mei 2016 verscheen er een rapport (Huisman e.a. 2016) waarin de politie zichzelf de maat neemt. In dit rapport wordt o.a. geconcludeerd dat veel problemen ontstaan doordat klassiek opgeleide agenten moeite hebben hun weg te vinden in een “digitaliserende samenleving waar criminelen over middelen beschikken om van een afstand hun slag te slaan”. Zeker speelt een rol dat alles tegenwoordig  bijvoorbeeld op social media wordt vastgelegd. Dit alles tegen een achtergrond van terreurdreiging die ook in Nederland latent aanwezig is. In deze niet eenvoudige setting moeten agenten hun werk doen. Toch zijn de politieagenten zich over het algemeen bewust van de complexiteit van hun werksituatie en spelen morele overwegingen in het dagelijkse werk een belangrijke rol (onderzoek Van den Brink e.a. 2015).

Van diender naar dienend en nu zoeken naar een balans

De afgelopen decennia is het beeld over de politie sterk veranderd. Zo is de voorheen vanzelfsprekende autoriteit van de politieagent en het beeld van de politie als je grootste vriend verdwenen. Ook de slogan van de jaren tachtig dat de politie dienstbaar was, is afgebrokkeld. De impliciete veronderstelling dat zelfstandige burgers zelf wel konden bepalen wat goed en kwaad is, bleek in de praktijk niet houdbaar. Eind jaren negentig hebben burgers genoeg van asociaal gedrag en is er weer behoefte aan duidelijkheid en een politie die handhaaft. Een revival van de waarden en normen. Volgens Van den Brink (NRC 4 september 2016) heeft dit geresulteerd in een dubbele opdracht voor de politie: én dienstbaar én waakzaam. Hulp bieden en handhaven tegelijkertijd. Dit levert spanning en morele dilemma’s op: want wanneer kies je nu voor welke rol? Deze spanning is ook terug te vinden in ons onderzoek:

“Jij beslist het, jij doet het. Je bent politieagent. Je krijgt natuurlijk vanuit de leiding te horen wat je moet doen, maar uiteindelijk moet je het bij die melding zelf doen en sta je er met je collega of alleen op dat moment. […] Niemand houdt je hand vast, de meldkamer weet ook niet wat jij kan en precies zal doen. Dat moet jij geheel zelf bepalen. […] Ga je wel of niet geweld gebruiken? Ga je wel of niet schieten? Je hebt niet steeds iemand die zegt ‘en nu ga je schieten of geweld gebruiken’.”

Kern van de verandering

De belangrijkste veranderingen voor de politieagent  zijn:

  • Toenemende agressie op straat
  • Mondigheid van het publiek
  • Toenemende protocollisering
  • De ‘spotlights’ van de social media en in het verlengde hiervan de informatietechnologie.

Vooral de agressie waarmee politieagenten te maken krijgen, neemt toe in frequentie maar ook in heftigheid. Parallel daaraan speelt een steeds grotere mondigheid van de burgers én het verschijnsel dat alles continue gefilmd wordt. Probleem is soms dat men fragmenten selecteert waardoor er een verkeerd beeld ontstaat. Of men kent de context niet:

“Burgers spreken je anders aan. […] Nu denken ze snel dat ze in hun recht staan. Dan komt er bijvoorbeeld één die een wetsartikel op zijn telefoon zoekt en laat zien en zegt dat hij in zijn recht staat, terwijl het heel vaak niet zo is.”

 “…. Regels geven, regels geven en nog meer regels geven”.

Deze maatschappelijke veranderingen hebben hun weerslag op het werk van politieagenten: men moet voortdurend alert zijn op wat men doet en wat men zegt. Men moet niet te welwillend en toegevend zijn want dan word je niet serieus genomen. Anderzijds ook niet te expliciet en doortastend, want dan staat het op facebook. Het is voortdurend zoeken naar een goede balans in de manier waarop je communiceert met burgers en dat legt een behoorlijke druk, die dagelijks voelbaar is tijdens het werk op straat:

“Je moet stevig in je schoenen staan, daadkrachtig zijn, maar niet altijd. Dat moet op z’n tijd. Je kunt iedereen gelijk tegen de grond klappen, maar daar hebben we niks aan. Sociaal vaardig is belangrijk en tegelijkertijd niet over je heen laten lopen.”

Daarbij is de context binnen de politieorganisaties ook voortdurend aan verandering onderhevig. Zo kent de politie de langste en grootste publieke reorganisatie van Nederland. Een reorganisatie die al sinds 2012 gaande is en waarvan het einde nog niet in zicht is. Dit heeft veel effect op de medewerkers, met ziekteverzuim, onzekerheid en cynisme tot gevolg. Naast deze structuurveranderingen, is er ook sprake van veranderingen in werkwijze, processen en cultuur. Dominant daarin is de toenemende protocollisering:

“Ik merk dat er steeds meer protocollen bij zijn gekomen over hoe je moet handelen als er een verkeersongeval is. […] Alles is nu precies vastgelegd: wie er gewaarschuwd moet worden wat er gedaan moet worden. […] En als er een flinke aanrijding is, moet je aan de hulpofficier van justitie vragen of de verkeersongevallenanalist erbij moet komen. Vroeger deden we dat allemaal zelf.”

“Vroeger moest je opstaan als je chef binnen kwam, dat niet meer zo”.

Tegelijkertijd krijgt de individuele politieagent meer verantwoordelijkheid toebedeeld: werd je enkele decennia geleden geacht een leidinggevende zonder meer te gehoorzamen, tegenwoordig werkt dat anders. Ten eerste omdat de jongere generatie simpelweg anders in elkaar steekt: “Vroeger was het heel simpel als een chef zei dat je in de sloot moest springen dan deed je dat. De jongere generatie is heel anders. Die nemen dat niet zomaar aan en willen weten waarom. Waarom moet dat? […] vooral de oudere garde die niet mee is gegaan in de tijd […]. vinden de nieuwe jonge collega’s soms heel vervelend en brutaal. Terwijl ik wel vind dat ze een eigen mening mogen hebben”

Ten tweede omdat je als agent  dan wel de protocollen moet volgen, maar ook moet weten wanneer je ervan moet afwijken, want achter protocollen kun je je niet meer verschuilen tegenwoordig. Er wordt dus een steeds groter beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid.  “Ik denk dat door die vrijheid die je steeds meer krijgt, je meer verantwoordelijk bent voor de fouten die je maakt als politieagent. Daar zit een gevaar in, dat je dingen buiten je boekje gaat doen. Dan start er meteen een onderzoek naar je als het fout gaat. Je moet je daar heel goed bewust van zijn.”

“De politiek gaat steeds meer opleggen, er moet gemeten worden. KPI’s moeten worden opgemaakt. Ze gaan op een gegeven moment meten hoe jij preteert, alles vastleggen en daarop sturen”.

Als derde speelt de informatietechnologie een belangrijke rol. Niet alleen zoals eerder genoemd omdat alles wat je doet gefilmd kan worden, maar ook omdat burgers met behulp van social media ingezet kunnen worden om bijvoorbeeld een inbreker te vinden. Daar wordt veel en succesvol gebruik van gemaakt. Ten slotte biedt de technologie de mogelijkheid om snel informatie te verkrijgen. Zo kan er via internet gespeurd worden naar handel in illegaal vuurwerk en beschermde dieren. Maar vooral is belangrijk dat je vanaf je telefoon direct toegang hebt tot de gegevens die nodig zijn voor een goede uitvoering van het vak: “Als je nu naar een melding gaat, krijg je achtergrondinformatie. De agent op straat weet dan al van te voren of de persoon eerder was aangehouden voor huiselijk geweld, vuurwapen gevaarlijk is, etc. (..)  Dit is de laatste jaren nog beter en sneller geworden.”

Kanttekening daarbij is wel dat de politie qua technologie wel vaak behoorlijk achterloopt. Men kan in de praktijk de criminelen niet of nauwelijks bijhouden.

“Vorig jaar liepen wij als enige organisatie  met verouderde BlackBerry‘s. […] Er was altijd van alles mis met de BlackBerry‘s. Nu hebben wij een Samsung s5. Op zich een mooie telefoon, maar ze zijn nu alweer bij de s7 geloof ik en de s8 komt binnenkort uit. Het heeft de organisatie enorm veel geld gekost. Het was achteraf geen slimme zet om de s5 te kopen, aangezien kort daarna de nieuwe versie uit kwam. Dus we lopen weer eens achter.” 

Huisman e.a. concluderen: Veel jonge rechercheurs gebruiken uitsluitend hun privé-iPhone voor het werk “omdat ze met de sterk verouderde diensttelefoon niet effectief kunnen werken”. (Huisman e.a. 2016)

De volgende week: “de politieagent en de 21st ventury Skills”

De  interviews die de basis vormen voor dit artikel zijn afgenomen door de Sofia Ait Bassou, student van de hogeschool (Inholland)

Dank: team van InHolland die deze serie mogelijk heeft gemaakt

Recent Posts

Leave a Comment

Nieuwsgierig geworden?

Wilt u geïnformeerd blijven? Laat dan hier uw gegevens achter. Dan houden wij u maandelijks op de hoogte met onze informatiebulletin t.w. “de Stroomversnelling”