In ieder van ons zit het, het is zo biologisch als wat. Negatieve gedachten en angsten horen bij ons, niemand uitgezonderd. Het is dus niet zo dat we die gedachten koste wat het kost moeten uitbannen. Nee, eerder is de vraag wat die negatieve gedachten en angsten ons op het moment dat we ze krijgen te zeggen hebben.
Wees blij wanneer je angstig bent. Het kan voorkomen dat je roekeloos wordt, dat je zomaar overal instapt zonder erbij na te denken. Door met kunstmatig positief geleuter jezelf overschreeuwen loop je de kans jezelf enorm te bezeren, stevige investeringsfouten te maken (oh dat doen we wel ff), onnodige risico’s te lopen (can do mentaliteit). Angsten maken ons alert.
Onderzoek dus die negatieve gedachten of angsten. Wanneer de situatie daar geen aanleiding voor geeft en je toch angstgevoelens hebt, dan heeft dat wat over jou te zeggen.
Conclusie: negatieve gedachten kunnen uitermate nuttig zijn. Ze waarschuwen ons voor gevaar en behoeden mensen voor roekeloos gedrag.
Negatieve gedachten manen ons tot kalmte en bezinning. Ze zorgen er ook voor dat wij een goede afweging kunnen maken van onze kansen en (on)mogelijkheden.
Goed in de smaak vallen.
Ja maar Roland, positieve en optimistische projectmanagers en lijnmanagersvallen toch veel beter en sneller in de smaak bij de mensen?
Ja dat klopt. Vooral bij het eerste contact is dat essentieel. De meeste mensen, ook ik, komen liever in contact met vrolijke en optimistische types. Dus ga je een eerste contact aan breng dan jezelf in een positieve STATE (ook al heb je een ruzie gehad met je partner voordat je wegging van huis, doe je uiterste best om bij het eerste contact te glimlachen en oogcontact te maken.
Dat zorgt ervoor dat je een prettige indruk maakt. Je brengt de ander ook in een positieve en ontspannen stemming. Het gaat er dan om een sfeer te maken tussen de ander en jijzelf die smeuïg is waar rek in zit. Dat zorgt ervoor dat je in het proces waarin jij met de ander zit makkelijker vooruitgang zal kunnen maken.
Let er wel op dat je jouw optimisme en positivisme doseert. Teveel van het goede kan leiden tot overmoed of zelfs arrogantie. De projectmanager kan daardoor te weinig oog hebben voor eventuele (tegen)argumenten en bezwaren van de gebruiker, of de lijnorganisatie. De kans bestaat dat hij door het positieve denken lachend de tegenargumenten onder de tafel schuift. Dat wekt vrijwel altijd weerstand op. Doe je dat bij het eerste gesprek dan sta je als manager zeker direct met 2-0 achter. Immers maakt een doelpunt in eigen goal en vervolgens moet je die achterstand inlopen. Das daarna kun je weer beginnen met activiteiten om de gang in het proces te krijgen.
Conclusie: overdaad aan optimisme schaadt en staat succes in de weg. Het leidt regelmatig tot ongeïnspireerd of nonchalant gedrag bij de manager en het creëert vrijwel altijd weerstand.
Fouten maken motiveert
Je kent het wel, je doet je stinkende best om een foutloos rapport op te leveren, of een foutloze mailing. Nu heb ik wat last van dyslexie, dus ik moet extra mijn best doen om geen verschrijvingen te maken. Je raadt het al, is de mailing weg, of het rapport opgeleverd en ja hoor, komt er weer zo’n wijsneus mij wijzen op wat schrijffouten.
Natuurlijk zijn er dan bij mij de nodige irritaties richting die ander. Alleen gelukkig heb ik zo langzamerhand geleerd, om een en ander toch wel bij mijzelf te zoeken. Gelukkig gaat dat bij mij nu redelijk snel over.
Ook heeft het mij geleerd om mijn teksten eerst door mijn vrouw te laten controleren. Zij is niet met dat euvel behept en is ook scherp in de Nederlandse taal.
Natuurlijk ben ik nog steeds eigenwijs en gaan sommige teksten nog steeds in één keer de deur uit, en ja dan moet ik op de blaren zitten.
De volgende conclusie: negatieve ervaringen en gedachten kunnen mensen motiveren tot actie en zichzelf verbeteren.
Wat kies ik
Natuurlijk kies ik voor positieve, optimistisch gedachten. Dat beïnvloedt het gedrag van mensen altijd in positieve zin. Dat geldt voor jouw, voor mij, voor iedereen. Dat gedrag zie je terug in de instelling van mensen; ze zijn aardiger dan bijvoorbeeld klagers. Wel is het zo dat ik de kriebels krijg van mensen die altijd en eeuwig positief zijn. Ik geloof het niet dat je altijd positief en zonder negatieve gedachten kan leven. Ik heb soms weel eens de neiging wantrouwend te worden richting die mensen.
Immers iedereen maakt wel eens een dip mee of wordt geconfronteerd met nare ervaringen. Ook hebben negatieve gedachten een duidelijke functie. Ze horen gelukkig bij het leven. Ze – soms kunstmatig – weglachen en overgieten met een positief sausje is onnatuurlijk.
De kern van een en ander is hoe je deze ervaringen verwerkt. Ga je als een dood vogeltje in een hoekje zitten en blijf je er in hangen? Of zet het aan tot effectiever gedrag?
Ja negatief denken heeft zin. Het helpt je risico’s te mijden, valkuilen te vermijden. Blijf je echter in dat negatieve hangen, dan maak je het jezelf wel moeilijk. Aan jou de keuze
Een vrije bewerking van een artikel van Michel

