Bij doorzetten draait het om jouw inzet om iets af te maken waar je aan begonnen bent. De wens om iets voor elkaar te krijgen. Het betekent concreet dag in dag uit hard werken om iets wat je van plan bent, een project, een visie te verwezenlijken.
Bij doorzetten is voortdurend de volgende cyclus van belang: doen naar bezinnen naar denken naar beslissen en dan weer doen etc. Nu is er een project of iets dergelijks. Wordt mij dat voorgelegd dan ga ik eerst voelen = wat triggert mij. Dat is een vorm van ‘doen’. Wat zegt dat gevoel mij, krijg ik pijn in m’n buik, gaat het gloeien van plezier etc. dat is bezinnen om vervolgens na te gaan denken om dat gevoel concreet te maken met woorden, een plaatje of een verhaal. Dat is het ‘denken’. Dan komt de fase van beslissen. Op basis van de vorige drie fases neem ik vervolgens een beslissing en ga ik dan weer doen.
Op basis hiervan de volgende vaartips
- Begin bij ‘doen’ i.p.v. denken. Natuurlijk ken je de rede “I have a dream” van Martin Luther King. In heel die rede kom het woord ‘plan’, ‘activiteiten’, of ‘dit gaan we doen’ niet voor. Toch was iedereen dolenthousiast en ging aan de slag. Nog steeds krijgen veel mensen (ik ook) kippenvel als ze die rede weer horen. Dat komt omdat hij inspeelde op het gevoel van mensen. Dat laten voelen, realiseren dat mensen gingen voelen. Dat was de eerste stap. En het zetten van stappen is ‘doen’.
- Bij doorzetten is je denkhoofd je grootste vijand. Ik moet presteren anders krijg ik geen promotie, ik wil ook een mooi huis dus moet ik geld verdienen. Dit hoorde ik van iemand die heel graag een hondenkennel wilden runnen, alleen dat leverde niet veel op. Ze maakte technische ontwerpen t.b.v. ICT-systemen. Met haar wil om geld te verdienen leverde ze prestaties waar niemand voordeel van had. Het project vertraagde. Ze deed dingen, die ze feitelijk niet leuk vond om te doen. Daardoor maakte ze fouten en werd de laan uitgestuurd. Dat is een voorbeeld van je denkhoofd. Die maakt je gek als je niet uitkijkt.
- Vind je passie en dat kan ff duren. Louis van Gaal zei eens bij een interview dat hij verwacht dat voetballers geil zijn op voetballen. Dat bedoel ik met passie. We kunnen jaloers zijn op mensen die hun werk geweldig vinden, maar mogen er niet vanuit gaan dat dit voor hen automatisch zo gelopen is. De kans is heel groot dat die mensen heel wat tijd nodig hebben gehad om uit te vinden wat precies hun passie is. En alweer, dat uitvinden heeft nihil te maken met je denkhoofd, maar alles met je gevoel. Denk je daar anders over, dan heb ik een vraag voor je. Wat maakt dat jij geil wordt.
- Ooit heb ik geleerd “Repetition is the mother of all skills”. Dus experimenteer, oefen, haal bloedneuzen, leer. Heb je een gevoel van dat je iets graag wilt, of dat je voelt dat een project goed voor je is, dan kun je moeilijke en soms frustrerende taken uitvoeren waardoor je echt beter wordt, dat je echt het succes kan behalen wat je graag wilt. Dus mijn devies: OEFEN!
- Laat je niet af- en vooral verleiden, blijf op je rechte pad. We krijgen zoveel voorgeschoteld, zoveel keuzes zoveel nieuwe dingen dat we heel makkelijk van onze passie af te brengen zijn. Wees plichtsgetrouw aan jou passie, ga gedisciplineerd te werk om te bereiken wat je wilt. Mensen die aan de top staan beschrijven hun werk als duidelijk doelgericht en ook dat zij de wens hebben om anderen te helpen. Ook de veldwerker in een achterstandswijk die het voor elkaar krijgt om hangjongeren weer naar school te krijgen, hen van hun verslaving af te brengen, ook hij is iemand die aan de top staat.
- Het gaat om wat je nu doet. Opnieuw: schakel je denkhoofd uit. Stop met denken dat morgen alles beter zal zijn. Het gaat om vandaag. Wat kan je nu, vandaag doen om iets te verbeteren waardoor het morgen makkelijker, prettiger zal gaan. Daar is discipline voor nodig en vooral goed voelen of je iets wel of niet wil en kan.
We leven in een wereld waar zelfsturing, zelforganiserend, Agile obsessies zijn. Ook hier is de cyclus die ik hiervoor beschreef van toepassing. Stop dus met mensen aan te moedigen om ‘beter hun best te doen’. Het gaat erom mensen in organisaties hun passie te laten vinden, maar daar hoort ook een waarschuwing bij. Niemand werkt stug door aan iets dat niet zijn passie is. Mensen hebben tijd nodig om hun passie in dergelijke nieuwe organisaties te vinden. Dan pas zullen ze elke dag hun schouders eronder zetten om hun vaardigheden te verbeteren. Of moeten ze de tijd krijgen om aan te kunnen rommelen om te ontdekken waar zijn of haar belangstelling in dergelijke organisaties ligt.

