In de wereld gebeurt van alles. Er verandert veel, ook in organisaties. Dan komen er onderzoeken en worden er vele rapporten geschreven, want in organisaties moet voor van alles en nog wat oplossingen komen. En dan ligt er een voorstel en dan betekent dat één en ander. Dan hebben de mensen die het voor het zeggen hebben daar geen zin in. En dan komen de excuses. Men vindt eigenlijk dat het nu toch wel goed gaat. Ook hebben ze gelezen dat het heel anders kan, want de resultaten van de voorstellen zijn immers niet eenduidig. Ja, sterker het heeft ergens op deze wereld – waar precies is onduidelijk – niet tot verbetering geleid .
Men kan het over het voorstel niet eens worden. Al naar gelang de situatie wordt het probleem een vrije kwestie. Dan kan iedereen wanneer het hem uitkomt altijd nog zien wat hij met het voorstel doet.
Dan wordt er weer een project gestart en dat gaat aan de slag. Belangrijk nu is te weten of er een einddatum is genoemd waarop het project zijn eindresultaat dient op te leveren. Echt waar er zijn vele projecten die dat niet hebben. De kans is heel groot dat er dan ergens is gezegd “er dient een project te komen”. Dat is voor iedere manager dan een “hete kastanje” en daar willen ze hun vingers niet aan branden. Dus geen einddatum noemen en hopen dat de tijd het probleem vanzelf oplost of dat een nieuwe manager het op zijn bordje krijgt. Echter mensen die het probleem echt hebben moeten dan wel veel geduld hebben, ze worden feitelijk aan het lijntje gehouden.
Soms komt het voor dat zo’n project met een perfect voorstel komt waar niemand op gerekend had. Is het een hete kastanje, dan is er nog geen man overboord, want dan kan de manager best nog wel even de tijd nemen om een reactie te geven of zijn standpunt te bepalen. Immers er is altijd nog wel ergens een stafafdeling te vinden die om advies kan worden gevraagd.
Dergelijke situaties komen veelvuldig voor wanneer er sprake is van politieke spelletjes. Zo zijn er door overheidsinstanties enorme ICT-opdrachten verstrekt aan ICT-bedrijven. Die opdrachten strekten zich uit over vele jaren. De resultaten waren ronduit slecht. Tussenresultaten bleken niet te voldoen omdat de uitgangspunten inmiddels waren gewijzigd. En toch gingen ze door. Of ook dat het opgeleverde eindresultaat niet voldoende was getest en dus in de dagelijkse praktijk van de overheidsinstelling niet werkte.
Dan zijn er van die nerds die perfecte oplossingen hebben en die snel kunnen worden uit- en ingevoerd. Die oplossingen worden dan vaak niet serieus genomen want “het kan toch niet dat het zo eenvoudig is”.
Men vindt het meestal vervelend als een rapport verschijnt als niemand er meer aan dacht en met name als niemand gediend is met het resultaat. Een manager die slim genoeg is zorgt er altijd voor dat het rapport eerst aan hemzelf wordt aangeboden. Zijn de conclusies daarin hem niet welgevallig, dan kan hij het rapport altijd achterhouden. Dit gebeurt heel veel.
Dit is een van de grote ergernissen van uitvoerenden. Ze hebben zich een slag n de rondte gewerkt om een mooi resultaat neer te zetten en vast te leggen in een rapport en er wordt niets mee gedaan. ‘Waar doe ik het dan voor’ is dan de reactie. Zijn de mensen al vaker zo “bedrogen”, dan weet je zeker dat er een afgestompte sfeer en werkklimaat op de afdeling heerst. Dit heb ik vele malen ervaren bij diverse banken.
Zo ontstaat een sfeer dat uitvoerenden de illusie dat er iets met een rapport gebeurt al lang hebben opgegeven. Waarom ze dan meedoen, heb ik ze gevraagd. Nou krijg je dan als antwoord, je moet erbij zijn. Onze afdeling moest vertegenwoordigd zijn en je kan nooit weten.


