Het CBS heeft de werkdruk onderzocht bij de meest voorkomende beroepsgroepen in Nederland. Het blijkt dat koks, managers, mensen in de zorg een hoge werkdruk ervaren. Koks bijvoorbeeld geven het vaakst aan dat zij erg snel moeten werken, waardoor ze een hoge werkdruk ervaren. Bij artsen, juristen, managers en leerkrachten ligt de werkdruk hoog vanwege de hoeveelheid werk die ze moeten doen.
Werkdruk heeft in grote lijnen te maken met de volgende factoren:
- Extra hard en langdurig moeten werken. Er is een project en daar moeten mensen zeer ingespannen en ook langdurig met een bepaald stuk werk bezig
- Onder veel en langdurige tijdsdruk moeten werken. Je kent het wel, het bedrijf wil klantgericht zijn en stelt als eis aan zijn mensen dat alle voor een bepaalde tijd binnengekomen orders koste wat het kost dezelfde dag moeten zijn geleverd.
- Zeer lang moeten werken. Het gaat hier om het langdurig iedere dag meer tijd met je werk bezig zijn, dan wat je hebt afgesproken met je werkgever.
- Heel veel werk moeten doen. Het draait hier om de workload zelf. Achteraan aansluiten is het devies. De wachtrijen in de zorg zijn een prima voorbeeld.
De ene mens vindt het leuk het “druk“ te hebben op je werk. De ander kan dat als nare werkdruk ervaren. Ieder mens reageert anders op het werk dat op hem afkomt.
Nu zijn er diverse instrumenten, technieken en methoden om om te gaan met werkdruk. Die zien de uiterlijke verschijnselen en pakken die op. Cochin-approach benadert het van een andere kant, nl. de kant van de individuele mens die moet omgaan met werk en de druk die daaruit uitstaat.
Benader je een en ander vanuit de menselijke maat, dan zijn heeft dat twee kanten (dank TNO):
- De mens zelf.
- In welke mate heeft de mens mogelijkheden om zelf te kunnen bepalen hoe hij met het werk kan omgaan. Dan praat je over zijn competenties en ook of hij qua fysiek, qua kennis en kunde en vooral ook emotioneel het werk “aan” kan.
- Het kan ook zijn dat de mens op de een of andere manier geen gebruik maakt van de mogelijkheden die vanuit de organisatie biedt om om te gaan met de druk vanuit het werk.
- En tenslotte zijn er ook allerlei factoren die te maken hebben met de privé-situatie van de mens.
- De mens in zijn sociale omgeving
- Wordt en in welke mate ondervindt de mens steun van zijn leidinggevende (ook de manager heeft een leidinggevende!)
- Ervaart de mens dat hij gesteund wordt door zijn collega’s (dus ook door de collega’s in het managementteam)
- Het kan zijn dat een mens wel de capaciteiten heeft alleen niet de mogelijkheden krijgt om die verder te ontwikkelen.
- In welke mate is het geaccepteerd in de groep waarin de mens werkt dat je het soms ff niet ziet zitten en er tussenuit gaat. Wordt ziekte door werkdruk geaccepteerd of wordt het als aanstellerij betiteld.
- Niet is in de laatste plaats is belangrijk hoe en in welke mate de organisatie mensen waardeert dat ze kunnen werken onder hoge werkdruk.
Er zijn instrumenten om het bestaan van hoge werkdruk vast te stellen. Wat ik meestal doe is observeren van wat er gebeurt. Dat bespreek ik en meestal ga ik dan individueel met mensen in gesprek. In zo’n gesprek is voor mij dan belangrijk wat mensen ervaren, zowel in hun omgeving en vooral bij zichzelf. Al mijn gesprekken hebben de volgende invalshoeken: wat voelen de mensen, wat doen ze en hoe denken ze en vooral hoe beïnvloeden deze drie factoren elkaar. Zodra ik merk dat deze drie factoren niet goed in balans zijn, ben ik gewaarschuwd. Het is voor mij een signaal dat weerbarstigheid bij de mens of in de organisatie aanwezig kan zijn.

