Levensvatbaar zijn en blijven of te wel continuïteit, daar draait het bij iedere organisatie om. Ooit is de organisatie gestart. Soms als eigen zaak met één werknemer die gelijk directeur was. Die is dan eindverantwoordelijk. Zo’n organisatie is gegroeid. Dan kunnen er business units zijn ontstaan. Dan kan een manager eindverantwoordelijke zijn. Zo,n unit kan ook een overheidsinstelling zijn (denk aan de GGD) die hebben ook een manager die eindverantwoordelijke is voor zijn gebied. Je kan ook leider zijn van een filiaal. Ook dan ben je eindverantwoordelijke voor dat filiaal. Allemaal voorbeelden voor mensen die een rol of functie hebben waarin ze eindverantwoordelijk zijn of voelen dat zij eindverantwoordelijk zijn voor het gehele reilen en zeilen van die organisatie, dus voor de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten, de productie, de dienstverlening.

Er kan een moment komen dat de organisatie geconfronteerd wordt met een gebeurtenis, een ontwikkeling die – hoe je het wendt of keert – impact zal hebben op die continuïteit. Dus voor de uitdaging komt te staan hoe levensvatbaar te blijven. Lees hier wat dan speelt

In het algemeen blijkt in de praktijk, dat continuïteit en levensvatbaarheid de belangrijkste doelstelling is. Dat geldt voor iedere organisatie, elke instelling, iedere non-profit organisatie. En wat doe je dan als manager, directeur, directeur/eigenaar wanneer zo’n situatie zich voordoet? Afwachten? Of pak je de handschoen op en ga je aan de slag om de negatieve gevolgen voor te zijn. Met als onderliggende uitdaging: “Ik heb ervoor de eindverantwoordelijkheid te nemen en dat doe ik dus ook”. Of steek je je kop in het zand?

Al eerder is gezegd, dat in het algemeen organisaties continuïteit nastreven, levensvatbaar willen zijn en blijven. Dat is niet iets wat organisaties willen, het zijn de mensen en met name de leidinggevenden die die behoefte hebben. Vaak is dat voor hen een menselijke basisbehoefte. Die levensvatbaarheid zien organisaties terug in de waardering die zij krijgen van hun klanten, hun patiënten. Het gevoel gezien te worden, waardering en begrip te krijgen, die basisbehoefte, is gezond. Dat streven van organisaties dus ook. En dus is het logisch dat die leidinggevenden, wetend dat die gebeurtenis eraan komt, zich zorgen maken en dus de handschoen opnemen en aan de slag gaan om die continuïteit te waarborgen,

Echter, wat doe je als de winstgevendheid zodanig is dat zij zich minder druk maken om die levensvatbaarheid omdat alles toch goed loopt. Je hoort dan uitspraken als “het zal mijn tijd wel duren”, of “komt tijd komt raad”, of “het zal wel overwaaien”, of “als het echt fout gaat dan zal de overheid mij wel een handje helpen”. Waar sta je dan voor als leidinggevende? Hoe serieus neem je dan jezelf?

Nu weten we allemaal – en zeker leidinggevenden – dat het leven op z’n kop staat. Het is teveel om op te noemen en alles heeft impact op die levensvatbaarheid en continuïteit. En dan bij jezelf dat verlangen naar waardering, dus garanderen van die continuïteit onbewust en altijd aanwezig is. En vooral om dan naar dat verlangen te gaan handelen. Immers dat is invulling geven aan een van je basisbehoeften..

We willen waardering krijgen van onze klanten voor wat we doen: bijvoorbeeld onze belofte om op tijd te leveren, als we ons best hebben gedaan om een lekkage uit de wereld te hebben geholpen. Het maakt niet uit wat. Het invullen van die basisbehoefte is basis voor het streven naar levensvatbaarheid, naar continuïteit van de bedrijfsvoering.

Het bij jezelf herkennen en erkennen van die basisbehoefte en dat ook jij die hebt, dat is een hele belangrijke motivator om aan de slag te gaan om met die uitdagingen die voor ons liggen aan de slag te gaan. Het is feitelijk een innerlijke inspirator om weer je best te doen om nieuwe ideeën te krijgen om die levensvatbaarheid de goede kant op te laten gaan. Om het vooruitzicht te hebben jouw klanten ook weer in de toekomst goed van dienst te kunnen zijn, en dan wellicht met andere en nieuwe diensten. Juist jouw verantwoordelijkheid nemen maakt dat klanten zeggen van “die heeft oog voor de toekomst en dus ook voor mij”. Het kan de band tussen jou en je klant versterken.

Pakken we de handschoen niet op, dan is vrijwel altijd merkbaar dat mensen in de organisatie gedemotiveerd en gefrustreerd raken. Er komt dan weerstand, de goede mensen lopen weg, de kwaliteit van het werk lijdt er dan onder. Immers iedereen weet dat er wat gaande is en dat de organisatie er wat aan moet doen. Gebeurt dat niet dan gaan mensen hun hakken in het zand zetten. Immers ook zij willen in de toekomst blijven werken, mooie producten maken, goede diensten verlenen.

Goed, het gaat dus om levensvatbaarheid en continuïteit met de daaronder liggende basisbehoefte van erkenning en waardering. Dat geldt dus naar zichzelf en dat krijgen van klanten. Dus niet je oren laten hangen naar de huidige winstcijfers die zo goed zijn en de vooruitzichten die zo goed zijn. Maar hoe staat het dan met de mensen die voor hem werken in de organisatie? Dat is onderzocht. Er is aan werknemers gevraagd wat voor hen de belangrijkste immateriële beloningen waren op het werk. Unaniem kwam daar uit dat ze gewaardeerd wilden worden, het gevoel wilden hebben dat ze op de hoogte werden gehouden van de dingen die gaande waren en wilden dat er naar ze geluisterd werd. Dus op de hoogte gehouden willen worden hoe de organisatie omgaat met al die enorme uitdagingen die voor ons liggen.

Toen aan hun managers werd gevraagd wat ze dachten dat hun werknemers vooral wensten, kwam daaruit: arbeidszekerheden en promotiemogelijk­heden. Terwijl, als de managers zelf mochten aan­geven wat ze van hun leidinggevende verlangden, precies hetzelfde verlanglijstje naar voren kwam als van hun werknemers.

We willen allemaal voelen dat we van belang zijn. Dus dat wat we geven gezien en gewaardeerd wordt en dat door klanten, door leidinggevenden.

Moet je dan de eerste zijn die dat doet?. Het antwoord is kort en krachtig: JA!

Wij mensen hebben allemaal de neiging op de ander te wachten. Wat vraagt de klant van ons, wat eisen de vakbonden, wat doet mijn concurrent, wat doen mijn collega-ondernemers? Het helpt enorm om zelf de eerste stap te zetten. Doe je dat, dan word je ook als eerste gezien en gewaardeerd. Want jij laat zien dat de enorme uitdaging jouw als organisatie ook aangaat, en dus begrijpt dat dat ook jouw klanten aangaat.

Vandaar: pak je verantwoordelijkheid, pak die handschoen op en zet die eerste stap!

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply