Het vertrekpunt van Betekeniseconomie, is de erkenning dat systeemverandering bestaat bij gratie van verhaalverandering.
Wij mensen zijn verhalende wezens. Wij leven in verhalen. Allemaal. Verhalen geven ons leven duiding en richting. Zonder verhalen waarin we kunnen en willen geloven en waarmee we ons dus kunnen en willen identificeren, vervallen we in diepe existentiële angsten. Ik geloof dus ik ben is hét universele menselijke motto! Iedereen gelooft in iets. Kapitalisme, socialisme, christendom, boeddhisme, vooruitgang, technologie, natuur; allemaal geloofsvormen en verhalen. U en ik zijn niets anders dan de verhalen waarin we geloven; de verhalen die we leven. Zonder verhalen heeft ons levensbestaan geen houvast en voelen we ons leeg. En die leegte trekken mensen niet, en dus vullen we die met verhalen. Verhalen zijn dus letterlijk de basis van het menselijke levensbestaan.
Ook economisch. Ook economie is een verhaal. Ook economie is een menselijke creatie om betekenis te geven aan ons bestaan! Economie is een levensbeschouwing!
Vandaar dus ook de erkenning dat Betekeniseconomie niet gaat over – oppervlakkig – menselijk gedrag in relatie tot goederen en geld, maar over de – diepe – menselijke geest in relatie tot geluk. Het materiële gedeelte van een economie is áltijd ingebed in een existentiële context. Het materiële menselijke gedrag komt voort uit een existentiële menselijke geest; de geest die zoekt naar betekenis. Economie gaat wat mij betreft daarom dus niet over allocatie en schaarste, maar over realisatie en zin. Mensen produceren en consumeren goederen, omdat dit past in een verhaal waarin ze kunnen en willen geloven. Het huidige economische systeem is een geïnternaliseerde zijnstoestand geworden. Willen we het economische systeem veranderen, dan kan dat dus ook alleen als we onze identiteit veranderen; als we ons zijn ten diepste veranderen!
Dank: Kees Klomp


