Hoe laat je een goede indruk achter, bijvoorbeeld bij belangrijke ontmoeting? Over dit onderwerp zijn vele artikelen en boeken geschreven. Wat opvalt is, dat er dan vaak wordt geschreven over de indruk bij de ander. Die ander is dan het belangrijkste. Op zich is daar niets mis mee. Wat echter wel belangrijk is, is hoe jij je voelt als jij die indruk bij de ander achterlaat. Voelde jij je lekker in je vel zitten of was de ontmoeting wat gekunsteld. Of heb je een trukendoos gebruikt om een goede indruk achter te laten. Goed voor de dag willen komen is altijd belangrijk, alleen doe het ALTIJD vanuit jezelf, vanuit jouw gevoel. Deze en volgende week enkele aanwijzingen, aanwijzingen die je kunnen helpen om jouw echte gevoel over te brengen. Om met je échte echtheid indruk te maken.

  1. Snap hoe mensen een eerste indruk vormen

In de meeste gevallen ontstaat een eerste indruk vanzelf, zonder dat we daarbij nadenken. We weten bijvoorbeeld al snel of iemand zelfverzekerd of verlegen is, spontaan of gesloten, vriendelijk of onvriendelijk, impulsief of besluiteloos. Dit soort dingen leiden we bijvoorbeeld af van wat mensen doen en zeggen, hun manier van bewegen en praten, hun uiterlijk en kleding. Onze indruk van iemand is een resultaat van een wisselwerking tussen stereotyperingen, vage intuïties op basis van lichaamstaal en uiterlijke kenmerken en welbewuste redeneringen en afwegingen. Daarbij worden we ook beïnvloed door de context en onze belangen, wensen en doelen. En we houden er rekening mee dat mensen zich soms anders voordoen dan ze zijn.

Dat we dit zo ongemerkt doen, heeft ook weleens nadelen. We kunnen ons natuurlijk in iemand vergissen. Vaak hebben we dit niet eens in de gaten. We zijn ons er niet eens van bewust dat we een beeld hebben gevormd van iemand, laat staan dat dit een verkeerd beeld is. Het lastige is dat onze eerste indruk in veel gevallen bepalend is voor de indrukken die daarop volgen. We kijken door een gekleurde bril wanneer we later meer informatie over iemand krijgen.

Wees je ervan bewust dat bovenstaande elementen je indruk bepalen en wacht niet passief af welke indruk anderen zich van jou vormen. Probeer in plaats daarvan actief de benoemde elementen te beïnvloeden om het beeld dat anderen zich van je vormen te sturen. Onderstaande tips helpen je daarbij.

  • Laat iemand anders jou aanbevelen

Wanneer mensen zichzelf aanbevelen in bijvoorbeeld een sollicitatiebrief, dan komt dat minder overtuigend over dan wanneer precies dezelfde dingen worden gezegd door een collega of een goede vriend. We zijn geneigd positieve uitspraken die anderen over zichzelf doen met de nodige scepsis te bekijken. Laat daarom iemand anders zich lovend over je uitspreken; dat is geloofwaardiger en sympathieker dan als je dat over jezelf doet.

  • Niet praten maar doen

Wil je iemand duidelijk maken dat je ergens goed in bent, dan kun je dat natuurlijk benoemen. Maar nóg beter is het gewoon te laten zien. Goede prestaties zijn immers een keihard bewijs van bepaalde capaciteiten. In veel gevallen hoeven acties niet te worden ondersteund met extra zelfpromotie-gedrag (‘kijk mij eens’). Je kunt ze voor zich laten spreken. Kun je een bepaald talent niet feitelijk laten zien? Omschrijf dan situaties waarin je jouw goede kanten hebt kunnen gebruiken.

Soms is het nodig om na een goede prestatie te zorgen dat mensen deze goed interpreteren: je wilt dat anderen je succes toeschrijven aan jouw talent, en niet aan geluk of gunstige omstandigheden. Wat je over je prestaties zegt, is onder meer afhankelijk van hoe goed de toeschouwers op de hoogte zijn van jouw vaardigheden. Als mensen weten dat je goed bent, dan kun je je het veroorloven bescheiden te zijn. Maar is dat niet zo, dan is bescheidenheid geen goed idee. Het is dan effectiever om een goede prestatie meer naar jezelf toe te trekken en te verzwijgen dat je hulp kreeg of dat iets makkelijk was.

  • Benoem waarom iets niet lukte

Wanneer je faalt, benoem dan de factoren die hebben tegengewerkt. Desnoods zeg je dat je er onvoldoende tijd in hebt gestoken. Wanneer een mislukking toe te schrijven is aan gebrek aan inzet, dan is dat minder schadelijk voor je imago dan als je (on)bekwaamheid de oorzaak was. Inzet is immers controleerbaar – dat kun je vrij makkelijk verbeteren – maar bekwaamheid niet direct.

De interpretaties die je geeft bij bepaalde situaties kun je ook strategisch inzetten. Als je tijdens een sportwedstrijd verliest, kun je bijvoorbeeld benoemen dat je tegenstander die dag heel goed in vorm was. Als je zegt dat je tegenstander geluk had, of gematst werd door de scheidsrechter, dan komt dat weer minder sympathiek over.

  • Niet frunniken

Je lichaamstaal is van grote invloed op de indruk die je maakt. Een aspect daarvan is jezelf aanraken. Vrouwen doen dit weleens bij het flirten: ze spelen met hun haar of bewegen hun vingers langs hun hals en nek. Maar jezelf of je kleding aanraken (denk aan je mouwen over je handen trekken) komt ook vaak voort uit onzekerheid. Doe je dit, dan heeft dat een negatieve invloed op de indruk die je maakt. Het advies voor als je een sollicitatiegesprek hebt of een presentatie geeft luidt dan ook: niet aan jezelf frunniken!

Volgende week de andere aanwijzingen

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply