Professionele organisaties, instellingen en trainers mogen regelmatig helpen de onderlinge communicatie in een team naar een hoger niveau te tillen. Behalve die interventie waarderen ze vaak ook dat ze eindelijk weer eens iets in gezamenlijkheid mogen doen. Ja, zo gaat dat kennelijk: binnen de meeste teams van zelfstandig werkende professionals vervreemden mensen uiteindelijk zo ongeveer van elkaar.
Ooit is er een zorgvuldig samengestelde mix medisch specialisten, coaches of casemanagers (je mag ook advocaten, hoogleraren of anderen lezen) in elkaar gestoken. Dat verwordt regelmatig tot een kostbare onsamenhangende mix die slecht communiceert en niet leert van elkaar. Uiteraard: ieder haalt individueel de punten voor z’n accreditatie, maar de kans om een bijscholingsdag ook uit te nutten voor reflectie, wordt zelden gepakt: we zijn druk, druk, druk…
Ieder vindt z’n wiel uit
Overal in het bedrijfsleven, in de zorg, in het onderwijs of in het publieke domein werken bevlogen mensen die hun werkdruk omschrijven als ‘hoog’. De onderlinge gesprekken gaan haast vanzelf altijd strikt over doelstellingen, planning en andere bedrijfsmatige aspecten: de wat-kant van het werk. De hoe-kant, hoe je omgaat met inhoudelijke zaken komt niet aan bod. Gelukkig hebben de meeste beroepsgroepen een accreditatiesysteem, waardoor ze individueel wel blijven ontwikkelen. Maar onderlinge afstemming binnen het kantoor of de vakgroep is er nauwelijks: ieder vindt z’n eigen wiel uit. De samenhang verdwijnt, van een gemeenschappelijke aanpak is geen sprake meer. Heel langzaam drijft het team uit elkaar. In het ergste geval gaan er mensen weg en zakt de kwaliteit van de hele organisatie scheef.
Kennis delen is vermenigvuldigen
Structureel collegiaal overleg zou kunnen maken dat teamleden onderling beter gaan communiceren en zo ook kunnen leren van elkaar. Ook kan het team samen scherp blijven op procedures en richtlijnen. Voor het laatste, de vorm, is er intercollegiale toetsing. Voor de inhoud kennen we supervisie en intervisie, twee begeleidingsvormen die wel op elkaar lijken maar toch heel verschillend zijn.
Intercollegiale toetsing
Intercollegiale toetsing bevordert de professionele werkwijze van bijvoorbeeld leraren en helpt die bewaken. Leraren vergelijken hun handelen onderling en ze bespreken de normen en richtlijnen van de schoolorganisatie. Deze vorm is overal toepasbaar waar professioneel handelen raakt aan ethiek.
Supervisie
Supervisie is een begeleidingsvorm om individueel te professionaliseren. Werken met een supervisor verbetert kwalitatief. Supervisie is gericht op het systematisch ontwikkelen van het vermogen te reflecteren op je eigen handelen. Je supervisor vertelt niet hoe je je probleem moet oplossen, al kan een supervisor wel kennis aandragen en je helpen vaardigheden te verbeteren. De supervisor is meestal een senior in het vakgebied: kennis van zaken is dus een eerste vereiste.
Intervisie
Intervisie is een veel gebruikte vorm om collegiaal overleg en dito consultatie te plegen. Bij intervisie worden werk gerelateerde vragen in groepsverband uitgewerkt. Die vragen zijn altijd gericht op ‘hoe ga ik met dit vraagstuk om’, op gedragsaspecten dus. Door intervisie ontwikkelt zowel het individu als de groep een zekere mate van zelfsturing.
In een groep ontstaan er ook nieuwe inzichten op de door de deelnemers ingebrachte werkvragen. Daar gaat het dus om: de deelnemers brengen een casus in waarover ze een vraag hebben. Bij een goede intervisie-sessie bevragen de deelnemers de inbrenger van de casus. Die komt, van antwoord naar antwoord, zelf tot inzichten.
Resultaat is dat het professioneel niveau omhoog gaat en dat de samenwerking verbetert.
Het is niet de bedoeling dat iedere deelnemer direct al suggesties roept over wat de beste aanpak zou zijn: zo’n rondje met suggesties mag aan het eind, als de inbrenger van de vraag ‘klaar’ is. Een intervisiegroep wordt beurtelings voorgezeten door één van de groepsleden.
De volgende week gaan we dieper in op intervisie en haar mogelijkheden om van binnenuit teams en de vorming ervan te versterken.


