Wennen is een merkwaardig menselijk vermogen. Het helpt ons om door te gaan wanneer de omstandigheden veranderen. We passen ons aan, maken het nieuwe vertrouwd en hervinden onze routine. Totdat dat vermogen tegen ons gaat werken.
Dan klinkt het als: het zal mijn tijd wel duren. Of als onverschilligheid, wegkijken, relativeren. Zo’n vaart zal het niet lopen. We duwen datgene wat ongemakkelijk is van ons af. Niet omdat we niet zien wat er gebeurt, maar juist omdat we het wél zien. We weten inmiddels dat het anders kan, anders moet misschien zelfs. En toch doen we nog even niets.
Dat is de stille kracht van vanzelfsprekendheden: ze vragen geen besluit. Ze vragen alleen dat we doorgaan.
Wat er ook aan de hand is: de wereldorde is gebroken. Dat zijn niet mijn woorden, noch die van een activist of opiniemaker, maar van de Canadese premier Mark Carney. Zijn uitspraak is meer dan een geopolitieke observatie. Zij markeert het einde van een tijdperk waarin internationale verhoudingen, economische spelregels en politieke stabiliteit grotendeels voorspelbaar leken.
Wie denkt dat deze breuk zich alleen op het wereldtoneel afspeelt, vergist zich. Zij dringt door tot de bestuurskamer, de fabriekshal en het kantoor. Afhankelijkheden veranderen. Zekerheden worden minder zeker. De vragen over weerbaarheid, bestaansrecht en autonomie worden concreter. En uiteindelijk landen die vragen niet bij systemen, maar bij mensen.
Daar zit de paradox.
We blijven vaak handelen zoals we altijd deden, terwijl we inmiddels weten dat de werkelijkheid veranderd is. We wachten. We hopen. We schuiven. We maken er beleid van, een project, een analyse of een agendapunt. Soms vooral om onszelf ervan te overtuigen dat we ermee bezig zijn.
Totdat het niet meer kan.
Want ook degene die automatisch en vanzelfsprekend handelt, loopt uiteindelijk tegen een muur. Dan houdt het wijzen naar de buitenwereld op. Dan is er geen collega, markt, politiek of crisis meer om achter te verschuilen. Dan moet je het beest in de bek kijken: wat doe ík eigenlijk om mezelf en mijn organisatie heen te laten bewegen?
Dat moment is ongemakkelijk. Maar misschien is het precies daar waar beweging begint.
Je moet eerst loskomen.
Dus misschien begint toekomstbestendigheid niet met een nieuw plan, maar met een spiegel.
5 manieren om je vanzelfsprekendheden te verstoren
- Stel jezelf de ongemakkelijke vraag
Vraag niet: “Wat kunnen we doen?”, maar: “Wat doe ik nu, waarvan ik eigenlijk weet dat het niet meer werkt?” Daarmee verschuif je van de buitenwereld naar jezelf. - Doe één ding bewust anders
Doorbreek een vaste routine. Neem een ander besluit, voer dat lastige gesprek, stel een vanzelfsprekend proces ter discussie. Niet om anders te zijn, maar om te ontdekken wat je niet meer ziet omdat je eraan gewend bent.
- Zoek iemand die je tegenspreekt
Omring je niet alleen met mensen die jouw werkelijkheid bevestigen. Zoek bewust iemand die zegt: “Volgens mij kijk je hier helemaal verkeerd naar.” Weerstand kan een spiegel zijn.
- Kijk naar wat je liever niet ziet
Maak ruimte voor de feiten die ongemakkelijk zijn: dalende productiviteit, afhankelijkheden, risico’s, gedrag, financiële kwetsbaarheid, verlies van vertrouwen. Niet wegduwen, maar aankijken. Wat je niet wilt zien, verdwijnt meestal niet. - Vervang ‘later’ door ‘nu’
“We moeten hier iets mee.” is vaak een elegante vorm van uitstel. Maak het concreet: wat ga ik deze week doen? Eén kleine actie is waardevoller dan tien verstandige voornemens.
Vanzelfsprekendheden verdwijnen niet vanzelf. Je moet ze verstoren voordat ze jou gaan bepalen.


