Bij grote transitievraagstukken spelen bedrijven (profit en non-profit) een cruciale rol. De kracht van ondernemers is dat zij in mogelijkheden en kansen denken. Hoe groter de uitdagingen, hoe sterker de prikkel tot innovatie en oplossingen.
Alternatieve benaderingen en werkwijzen zijn noodzakelijk. Veel ondernemers en leidinggevenden van organisaties zijn gedreven om de vraagstukken van deze tijd mee te helpen oplossen. Veelal doen zij dit samen met hun medewerkers en mensen in de (in)directe omgeving van de organisatie om de samenleving te versterken. Het gaat dan bijv. om vraagstukken die functioneren van het samen-leven versterken (bijv. tbv. Gehandicapten) en bijvoorbeeld ook het verbeteren van het milieu. Er is zelfs een groeiende beweging van bedrijven die dat als belangrijkste doelstelling zien.
Onze huidige manieren van zaken-doen is m.n. door geopolitieke oorzaken total loss. Bovendien maakte die organisaties sterk afhankelijk van en zijn organisaties ondergeschikt aan het mechanisme van het huidige reguliere economisch denken. Er zijn alternatieven nodig zoals impactondernemen-Limburg. Dat is een in de praktijk toegepaste alternatieve benadering voor het inrichten van bedrijfsvoeringen en organisaties. Daarin staat betekeniseconomie centraal en wordt o.a. daarmee middel voor innovatief zaken-doen. Dit betekent een stap voor stap transitie naar een nieuw normaal zaken-doen waarin onafhankelijk en meer autonoom zaken-doen kenmerkend zijn. Daarbij gaat het zowel om technologische als sociale innovaties. Met techniek is veel oplosbaar, maar alleen als het welbevinden van mensen, de arbeidsmarkt en het samen-leven m.n.in de omgeving van de organisatie mee-ontwikkelt en innoveert. Sociale innovaties zorgen voor het versterken van het welbevinden van de mens die daarmee duurzaam inzetbaar blijft. Dat komt de arbeidsproductiviteit ten goede.
Een belangrijk onderdeel van dit impactondernemen is een betekenisvolle dialoog tussen ondernemingen en alle mensen die bij de activiteiten van de organisatie zijn betrokken. Vaak worden die aangeduid met stakeholders. Bij stakeholder is er sprake van het hebben van een meestal zakelijk belang bij elkaar. Bij impactondernemen gaat het ook om het bijv. in stand houden van het sociale klimaat in een gemeenschap wanneer bijvoorbeeld een belangrijke organisatie ter plaatste stevig uitbreidt.
Een echt gesprek over vraagstukken die spelen, met alle mensen die het werk moeten doen. Over wat het voor hen betekent. Over de voorwaarden waaraan een oplossing moet voldoen. Maar ook over de sociale gevolgen in een wijk, de kans op eventuele verpaupering en het tegengaan daarvan. Die dialoog is nodig binnen de eigen organisatie, in de wijk waar de onderneming is gevestigd, in eigen land en in internationale ketens. Met name de enorme breuk die is ontstaan tussen Europa en de Verenigde Staten staat nu en zeker ook in de toekomst daarbij centraal. Die breuk zal absoluut doordruppelen naar onderen naar de rest van de samenleving en het bedrijfsleven of dat nu profit of non-profitorganisaties zijn.
Dat doordruppelen versterkt de trend die gaande is dat organisaties zich steeds meer bewust worden van hun rol in het feitelijk functioneren van de samenleving. Een meer (pro)actieve houding is nodig. Dat is de kern van de transitievraagstukken die in de eerste alinea van dit artikel zijn bedoeld. Het is absoluut noodzakelijk dat we als bedrijfsleven en ook als mensen die daar werken los moeten komen van de harde kern in ons huidig economisch denken. Die harde kern heeft ervoor gezorgd dat wij onszelf zo lang in stand hebben weten te houden. Die harde kern is ons “markt”-denken of ons “markt”- verhaaltje beter aangeduid met het “van-voor prijsaanbiedingskaartje”.
Dit verklaart impactondernemen als volgt met wat Vaclav Havel (dissident van Charta ’77 en de eerste president van het vrije Tsjechoslowakije) in zijn boek ‘Een poging om in waarheid te leven’, heeft geschreven. Het is illustratief voor wat er in reguliere organisaties gebeurt. Het verhaal van Havel draait om de vraag: hoe kon het communistische systeem zichzelf in stand houden?
Vaclav Havel beschreef de handelwijze van een groenteboer. Elke ochtend hangt deze winkelier een bordje in de etalage: Arbeiders van de wereld, verenigt u! Hij gelooft het zelf niet. Niemand gelooft het. Maar hij hangt het bordje toch op, om problemen te voorkomen. En omdat elke winkelier in elke straat hetzelfde doet, blijft het systeem bestaan.
Kijk nu eens naar onze winkelstraten. Iedere zichzelf respecterende winkelier heeft wel ergens in zijn etalage het bordje van “van-voor prijsaanbieding”. Analoog aan het in stand houden van het communistische systeem hebben wij in ons huidig economisch denken dus ook zo’n vals verhaal.
Een accountmanager van een grote Nederlandse Bank heeft mij gezegd dat wanneer die winkelier dat niet zou doen het zijn doodvonnis zou betekenen. Dit is de praktische uitwerking van het “markt”-verhaal en hoe dat door onszelf en organisaties (zoals banken) in stand wordt gehouden.
Concreet betekent het dat we als samenleving en als bedrijfsleven afscheid moeten gaan nemen van het zgn “markt”-verhaal. In zwart-wit-termen was de kern van dat verhaal dat alle problemen die er zijn door de werking van de markt zullen worden opgelost. Dat verhaal deugt niet, sterker het is vals. Er zijn teveel voorbeelden waarin die verhaallijn jammerlijk is mislukt en waardoor vele mensen tussen wal en schip terecht zijn gekomen. Ook deugt het niet omdat de financieel sterken de markt domineren en dus de kleineren onder ons wegdrukken.
Er is dus wat anders nodig. Dat gebeurt in de SER en zal doorgezet worden naar alle lagen en haarvaten in de samenleving. De kern van die verandering zit o.a. bij de SER: de plek waar sociale partners doorlopend met elkaar en met kroonleden in gesprek zijn. Vanuit het besef dat deze tijd om oplossingen vraagt die niet alleen goed zijn voor de economie, maar ook voor de samenleving en de ecologie. Die oplossingen bereiken we alleen als alle betrokkenen daarover meedenken.
De komende jaren wil de SER verdere stappen zetten om die betekenisvolle dialoog vorm te geven en te versterken, bijvoorbeeld door middel van enquêtes, dialoogtafels en waar passend burgerberaden. Niet incidenteel, maar systematisch en structureel. Met aandacht voor alle betrokkenen, dus ook de mensen die het minst worden gehoord en de mensen die het meest kritisch zijn. Want juist daardoor kunnen blikwisselingen ontstaan en oplossingen in zicht komen die het gemeenschappelijke belang en ook toekomstige generaties dienen.
De transities rond klimaat, duurzaamheid, digitalisering en artificial intelligence (AI) versterken de noodzaak om te ondernemen o.b.v. impactondernemen en de echte dialoog te zoeken. Als we o.b.v. ons huidige economisch denken vanuit vaste posities en louter bestaande belangen blijven redeneren, kunnen transities als een bedreiging worden ervaren. Maar wanneer we er vanuit verschillende gezichtspunten naar kijken, zijn er meer kansen te zien en te benutten.
Een van de bewegingen die gaande zijn is die van impactondernemen-Limburg. Uitgangspunt van deze beweging is de visie dat de manier waarop de wereld politiek en economisch is georganiseerd niet meer terugkomt. Velen hebben de neiging om met de stroom mee te gaan (het zal wel meevallen) in de hoop dat volgzaamheid en veiligheid van het zaken-doen verzekerd is. Dat gaat alleen niet gebeuren. De breuk is definitief.
Het regulier zaken-doen in stand houden gebeurt niet alleen door geweld dus bijv. door grote financieel krachtige organisaties die hun wil aan de markt opleggen. Ook gewone mensen houden door hun deelname aan de rituelen van het “markt”-verhaaltje het reguliere economisch denken in stand. Immers zij kopen massaal de prijsaanbiedingen in en gaan en dan ergens anders de rest van hun boodschappen doen. Daarmee geven ze te kennen dat ze in het geheim of onbewust weten dat het “markt”- verhaal vals is.
Havel noemde dit “leven in een leugen”. De macht van het systeem komt niet voort uit de waarheid ervan, maar uit ieders bereidheid om te doen alsof het waar is. En de kwetsbaarheid ervan komt voort uit dezelfde bron: wanneer zelfs maar één persoon stopt met zijn rol – wanneer de groenteboer zijn bordje weghaalt – begint de illusie af te brokkelen. Immers je kunt niet “leven in de leugen” van wederzijds voordeel door integratie wanneer integratie de bron van ondergeschiktheid wordt.
Het is tijd dat organisaties hun bordjes weghalen en hun eigen unieke verhaal gaan vertellen. Dat geeft organisaties een geweldige kans om te innoveren. Dat is wat anders dan rouwig zijn en treuren om het verlies van het oude. Dat is geen innovatiestrategie, dat is de strategie van nostalgie.
Het is dus tijd om bijv. vanuit de SER de handen van het bedrijfsleven ineen te slaan. Immers als we dat niet doen dan staan we op het menu ipv dat we als Nederland en bedrijfsleven aan tafel zitten.
Met impactondernemen-Limburg willen we een beweging initiëren en doorzetten gericht op het onafhankelijk en autonoom zaken gaan doen met en door alle organisaties in Limburg. Enerzijds gericht op fundamentele waarden: de zorg voor het welbevinden van de mens, leven en werken in een ecologisch gezond klimaat. Dit vormt de structuur van de sociale agenda van organisaties. Het unieke verhaal van de organisatie is de basis voor haar zaken-doen en daarmee de basis voor continuïteit en levensvatbaarheid. Dat vormt de zakelijke agenda van de organisatie.
Impactondernemen-Limburg is pragmatisch. Het betekent transities van en in organisaties, bij de mensen die het werk doen, in de samenwerkingen tussen bedrijven. Dat gaat stapsgewijs omdat belangen uiteenlopen, omdat niet iedereen direct die doelen van impactondernemen-Limburg delen. We gaan met een open blik actief naar de mensen en organisaties toe. De gebeurtenissen verlopen zoals ze zijn. Wij willen niet afwachten op een wereld die we graag zouden willen. We gaan die wereld maken, samen met organisaties in Limburg die dat ook willen.
Opm
Lees voor impactondernemen, Impactondernemen-Limburg (zie www.Be-Cause.nu)
Het bovenstaande gebruikt door elkaar ondernemingen en bedrijven. Bedoeld wordt organisaties (profit en non-profit)
Dankbaar gebruik gemaakt van publicaties van Kim Putters (vz SER), MP van Canada de heer Carney en Kranisme (Roland’s visie op menswaardig werk-doen)


