Realiseer je wel eens hoe vaak je dagelijks op je horloge kijkt en dan merkt dat het al “zo laat” is! En dat je eigenlijk niet bent toegekomen aan dat wat je eigenlijk had willen doen? Op een gegeven moment ontdek je dat je geleefd wordt. Geleefd worden door van alles en nog wat. We noemen dat de waan van de dag noemen we dat ook wel. de vraag is dan of je dat wil. Dat wat je echt wil heeft alles te maken met je gevoel, dat waar je eigenlijk het liefst mee bezig bent, dat wat je fascineert om op te lossen. Dus niet wat anderen van je willen, of dat wat je promotie vergemakkelijkt. Nee, jouw gevoel van wat je echt blij van wordt, dat geeft echte energie. Dan kan je bergen verzetten. Dat blije gevoel ontdekken en dat vervolgens centraal stellen in al jouw dagelijkse handelingen. Wat je volgens mij vervolgens kan doen is iedere dag bij alles wat je dan kan doen is nagaan in hoeverre dat wat je doet bijdraagt aan dat wat je graag wilt. We noemen dat dat je dan meebeweegt met dat wat gaande is. Het verschil is, dat je je voortdurend je focus hebt op dat wat je echt wil. Dan kost alles niet meer zoveel moeite en hou je de regie in eigen hand.
Belangrijk in deze is, dat mensen meer rust krijgen en met meer aandacht voor dat wat voor hen belangrijk is leven. Dit stimuleert mensen en organisaties om een gezonde manier van werken te hanteren. Het mooie is dat we efficiënter zijn dan ooit. Immers je voelt dat je bezig bent met dat wat jij echt belangrijk vindt. Dat geeft wel ruimte, alleen die – als je niet uitkijkt – wordt snel opgevuld met nog meer zooi. Al ons denken, met name dat denken ons economisch denken tijdens ons werk heeft de neiging door te gaan, nog éven dit en dat af te maken. Maar de realiteit is dat er altijd wel wat te doen blijft, en dat je dus het gevoel krijgt nooit klaar te zijn. Je eindigt je werkdag ook nog eens met een onvoldaan gevoel omdat je voornamelijk met adhoc-werk bezig bent geweest.
Altijd aan
Daar komt bij, dat de digitalisering eraan bijdraagt dat we voortdurend aan staan. Zelfs als we even moeten wachten, gaan we vaak alsnog iets doen: we grijpen naar onze telefoon en lezen een bericht op social media of een nieuwsberichtje. Waar we vroeger een document wegbrachten naar een collega of iets gingen kopiëren, waardoor ’de geest even kon mijmeren of met dat bezig kon zijn met dat wat we echt willen’, worden we tegenwoordig ieder moment in beslag genomen door nog meer zooi. Terwijl dat soort ‘lege’ momenten ongemerkt fungeren om tussendoor op te laden. Ze geven je hoofd even rust, dan wel dat je bezig bent met dat wat je echt wil, dat wat je echt voldoening (en dus energie) geeft).
Die rustige mindset draagt niet alleen bij aan een betere focus, maar creëert ook meer aandacht voor de wereld om je heen. Misschien realiseer je je dat je eigenlijk veel te vaak wordt gestoord en bedenk je dat je daar afspraken over wil maken met de mensen met wie je samenwerkt? Of je ziet dat al die notificaties die je aan hebt staan je vooral afleiden en dat ‘continu op de hoogte blijven’ lang niet zo belangrijk is. Telkens als je wordt afgeleid, is dat een onderbreking van je focus of creativiteit. Om daar opnieuw in te komen kost veel energie.’
Niks-momenten
Toch hoef je niet eens heel anders te werk te gaan om dit aan te pakken. Een effectieve tip is het instellen van een paar niks-momenten gedurende de dag. Het gaat erom dat je even uit je werk stapt, vaak letterlijk uit je stoel. Maak je los van alles en doe iets waarbij je niet hoeft na te denken. Staar bijvoorbeeld een paar minuten uit het raam, of maak een ommetje. Langer dan vijf minuten hoeft het niet te duren. Geen tijd? Juist dan is het nog belangrijker. Naar de wc gaan mag ook, als je maar niet je telefoon meeneemt. Dat schijnt 80 procent van de mensen te doen.
Het is net als onder de douche, als je gedachten vrij baan hebben kun je de beste ingevingen krijgen. In het lanterfanten zit een kostbare schat verborgen. In het hier en nu kan “niets doen” in eerste instantie onrust oproepen. Je gedachten schieten naar alles wat je nog moet doen. Dit is het moment om dat ‘moeten’ in ‘willen’ te veranderen. Je stelt je voor wat deze taak inhoudt, wat je nodig hebt voor het uitvoeren ervan. Je geeft het even aandacht en daardoor komt het tot rust. Vervolgens kun je het overlaten aan je interne agenda. Onbewust weet je namelijk precies wat je te doen staat – en dat is niet altijd wat in je agenda staat. Dat is waarom vervelende taken die je hoe dan ook moet doen zo blijven zeuren in je hoofd, als een in beeld springende memo die je maar niet kunt wegklikken: je wilt ze geen aandacht geven, waardoor ze ook niet in je interne agenda worden opgeslagen.
Zweverig? Welnee.
Plannen op basis van je gevoel, het klinkt zweverig. Maar het grappige is, dat veel managers inzagen dat ze dat al in mindere of meerdere mate deden. Het is ook helemaal niets geheimzinnigs. Neurowetenschappers weten al dat gevoel iets is dat min of meer is aangeboren. Het gaat dus eigenlijk om heel gecalculeerde besluiten. Je gevoel kan eigenlijk veel beter omgaan met de omstandigheden dan je ratio.’
In de praktijk gaat het erom dat je al je toekomstige taken heel bewust verwerkt. Stel, iemand wil iets van je. Is dat iets wat aan jou is om te doen? Hoe snel moet het gebeuren? Heb je er wel tijd voor? Je gevoel weet het antwoord al. Daarbij zal je gevoel ervoor zorgen dat je taken uitvoert op het moment dat daarvoor het meest geëigend is, en dus je er ook zin in hebt. Zeg nou zelf, dat klinkt toch veel leuker dan al te rigide aan je agenda, je to-do-list vasthouden?
Bewerking van een onbekende


