Ze zeggen wel dat ons brein streeft naar gemak. GELUL. Dat is een uitspraak die wij onszelf hebben aangeleerd.
Op het internet vind je talloze tips om je brein scherp en gezond te houden. Sommige van die tips zijn zinvol, maar er is ook veel onzin bij. Daarom helpen we je om het bos weer door de bomen te zien, met vijf eenvoudige tips voor een beter brein.
1. Beweeg, beweeg, beweeg!
Vraag aan tien neurowetenschappers advies voor een beter brein en je krijgt negen keer hetzelfde antwoord: beweeg genoeg, doe aan sport. Bewegen is dan ook een van de beste manieren om je brein in topvorm te houden.
Daar zijn verschillende redenen voor. Sporten verbetert natuurlijk je algemene gezondheid. Het verlaagt je bloeddruk en je cholesterol, het is goed voor je hart en je longen. Dat heeft onrechtstreeks een positief effect in je hersenen. Een gezonde geest in een gezond lichaam, dat mag je in dit geval letterlijk nemen.
Sporten stimuleert ook de aanmaak van neurotrofines. Dat zijn stoffen die je hersencellen beschermen en sterker maken. Ze worden ook wel meststoffen voor het brein genoemd.
Interessant om te weten: welke neurotrofines je aanmaakt, hangt af van de sport die je kiest. Bij duursporten als lopen is er vooral aanmaak van BDNF, een stofje met veel positieve effecten in de hersenen. Krachtsporten als gewichtheffen zorgen vooral voor de aanmaak van IGF-1, een andere neurotrofine. Niet elke sport heeft dus hetzelfde effect, maar goed is het sowieso.
Sporten stimuleert (waarschijnlijk) ook de aanmaak van nieuwe hersencellen, vooral in hersengebieden die belangrijk zijn voor je geheugen en je leervermogen. Bij dieren is dat aangetoond in tientallen experimenten. Bij mensen is het bewijs minder overtuigend, maar daar is een goede reden voor: je kan een proefpersoon niet laten sporten om daarna zijn hersenen open te snijden.
En zo kunnen we nog even doorgaan. Sporten heeft nog een heleboel andere positieve effecten in de hersenen. Het helpt om nieuwe dingen te leren. Het verbetert je aandacht. Het beschermt je hersenen tegen het ouder worden.
Welke sport je kiest en hoe je het best kunt doseren? Die vragen kan de wetenschap nog niet beantwoorden, want er is nog veel dat we niet weten. Probeer gewoon regelmatig te sporten of stevig te wandelen, want dat is zeker goed voor je brein. Een combinatie van kracht- en duurtraining is ook een goed idee.
Ook dansen heeft trouwens een heleboel positieve effecten. Dat komt omdat dansen een combinatie is van sport en mentale activiteit.
2. Zorg goed voor je tanden
Als je je brein gezond wil houden, zorg dan goed voor je tanden. Poets, flos, ga regelmatig naar de tandarts. Zo voorkom je dat je tandvlees ontstoken raakt.
Deze tip klinkt misschien vreemd, want wat hebben je tanden te maken met je hersenen? Op het eerste gezicht helemaal niets.
Toch is er een verband. Als je je mond niet verzorgt, dan kunnen ontstekingen ontstaan. Die ontstekingen kunnen chronisch worden. En dat kan op termijn ook in je hersenen een ontstekingsreactie veroorzaken. Wetenschappers spreken dan van neuro-inflammatie. En die ontstekingen in de hersenen worden gelinkt aan aandoeningen als alzheimer, parkinson en depressie.
Wetenschappers van de Universiteit van Krakau, in Polen, ontdekten vorig jaar een mogelijk verband tussen het ontstaan van alzheimer en een bacterie die tandvleesontsteking veroorzaakt. Daarmee is zeker niet bewezen dat alzheimer begint in de mond, de werkelijkheid is veel ingewikkelder. Toch is het verband op zijn minst opmerkelijk. En het is een extra reden om goed voor je tandvlees te zorgen.
Er is ook een mogelijk verband tussen tandvleesontsteking en depressies. Dat stelt professor Edward Bullmore van de Universiteit van Cambridge in zijn boek “Het ontstoken brein”.
“Tandvleesontsteking zou mijn eerste verdachte zijn als ik ooit depressief werd”, schrijft Bullmore. “Het is iets dat artsen gemakkelijk missen omdat ze het zien als een zaak voor tandartsen. De meeste tandartsen worden dan weer niet betaald om na te denken over het verband tussen tandvleesontsteking en depressie. Heeft je vriend een slechte adem? Misschien is dat heel relevant.”
De conclusie? Mondbacteriën zijn veel belangrijker dan we vroeger dachten. En dus kunnen we maar beter goed voor onze tanden zorgen.


