Iedereen heeft een ego. Daar worden wij niet mee geboren. Een baby ervaart een gelukzalige symbiose met zijn omgeving. We ontwikkelen het zodra we ontdekken dat er een onderscheid is tussen onszelf en de ander. Met het ontdekken van een Ik en een Jij komt het besef dat de ander dus bij je weg kan gaan. Dat is een levensbedreigend gegeven voor een hulpeloos kind. Vanaf dit moment wordt een mens gevoelig voor de woorden en non-verbale signalen van een ander en gaat hij deze hanteren als een soort wegwijzer. De mens zelf gaat dan ‘leefregels voor zichzelf’ creëren en toepassen om verlies aan verbinding en zorg te voorkomen. Zo’n set aan leefregels, waarden, normen etc wordt aangeduid met EGO. Daarmee is het ego een construct, een beschrijving, om inzichtelijk te maken hoe wij mensen in elkaar zitten.

Het onderstaande is geschreven om het eenvoudig een leesbaar te maken voor een leek. Het is bedoeld om je op de goede weg te zetten voor meer zelfonderzoek en ook naar meer handgrepen om met je mensen in je organisatie beter om te kunnen gaan. Ga vooral op zoek naar meer informatie over dit onderwerp. Neem ajb dan wel goede informatie en hoed je voor nep. Goede psychologen en life-coaches (beide met ervaring) zijn dan goede informatiebronnen.

Een te groot ego kost je energie

Je ego wordt ook wel je “kleine ik” genoemd. Het is het deel van jezelf dat vooral gericht is op de buitenwereld en op materiële dingen, zoals bezit, status en wat anderen van je vinden.

Het ego wordt vaak gestuurd door gevoelens zoals angst, hebzucht, verlangen en de behoefte aan macht. Het wil steeds meer en is nooit echt tevreden. Het vergelijkt zich voortdurend met anderen en probeert zich beter te voelen door anderen te bekritiseren, te roddelen of te klagen.

Ook wil het ego graag gelijk hebben en zijn zin krijgen. Als dat niet lukt, kan het zich gedragen als een verwend kind dat blijft zeuren. Dit deel in jezelf lijkt soms een soort “innerlijk kind” dat nooit genoeg krijgt.

Het wordt sterker door het gevoel dat je losstaat van anderen of van iets groters. Problemen ontstaan vooral wanneer je denkt dat je ego bent. Dat is begrijpelijk, want via je ego laat je aan de wereld zien wie je bent. Het is als een masker of je persoonlijkheid.

Je kunt het ego zien als iets dat soms tegen je werkt, maar je hebt het ook nodig. Het helpt je namelijk om voor jezelf op te komen, grenzen te stellen, keuzes te maken en doelen te bereiken.

Kort gezegd: je ego heeft zowel een positieve als een negatieve kant. Het gaat erom dat je leert er bewust mee om te gaan.

Hoe weet je of je wordt gestuurd door je ego?

Je ego wil zich bijzonder voelen en zich onderscheiden van anderen. Dat gebeurt niet alleen bij mensen die het moeilijk hebben. Ook mensen die anderen helpen, bezig zijn met spiritualiteit of strijden voor goede doelen kunnen door hun ego worden gestuurd.

Veel mensen hebben van binnen een onzeker deel, een soort “innerlijk kind”, dat zich niet goed genoeg voelt. Dat deel wil gezien worden en aandacht krijgen. Daardoor kan het je gedrag beïnvloeden.

Je kunt dit herkennen aan hoe je je gedraagt. Er zijn grofweg twee manieren waarop dit zichtbaar wordt:

  • Aan de ene kant kun je jezelf groter maken dan anderen. Je zet jezelf op de voorgrond en probeert beter over te komen dan de rest.
  • Aan de andere kant kun je jezelf juist kleiner maken. Je zet jezelf op de achtergrond en past je te veel aan anderen aan.

Beide kanten kunnen een teken zijn dat je ego aan het sturen is.

IK & de ander: je plaatst jezelf boven de ander
Nadrukkelijk aanwezig zijn.
• Liegen, opscheppen of de waarheid over jezelf verfraaien.
• Manipulatief, competitief en overheersend handelen.
• Het beter weten, gelijk willen hebben.
• Ongevraagd adviseren of verbeteren van anderen.
• Roddelen en kwaad spreken over anderen.
• Opleggen van eigen normen en waarden.
• Ontkennen van gevoelens, behoeften en wensen van anderen.
• Goed doen en je daarop voorstaan.

De ANDER & ik: je plaatst jezelf onder de ander
• Je gedragen als slachtoffer, klagen en sarcastisch zijn.
• Geen nee kunnen zeggen en jezelf wegcijferen.
• Onderdrukken van eigen gevoelens, behoeften en wensen.
• Bang zijn fouten te maken of uitstellen.
• Erg je best doen om status, rijkdom of diploma’s te krijgen.
• Geen geld durven vragen voor diensten of producten.
• Snel geraakt zijn door opmerkingen.
• Aanbidden van een goeroe, leer of filosofie.
• Jezelf weinig genot, ontspanning of comfort toestaan.
• Je identiteit aan je werk ontlenen en workaholisme.

De drukte in je hoofd komt door je gedachten.
Als je veel nadenkt, blijf je vaak hangen in negatieve verhalen over vroeger. Daardoor blijven oude emoties actief en voel je je niet fijn.

Ook denk je misschien al vooruit naar de toekomst, alsof alles al vaststaat. Maar dat is niet zo. Je hebt altijd een keuze.

Die constante stroom van gedachten lijkt belangrijk, maar dat is een soort trucje van je brein. Het voelt echt, maar het is niet de werkelijkheid.

Het echte leven gebeurt nu — niet in het verleden en niet in de toekomst.

Je hébt gedachten, maar je bént ze niet.
Want als je ze kunt opmerken, dan sta je er eigenlijk al los van.

Je kunt het verleden ook op een positieve manier gebruiken. Leer ervan en denk terug aan fijne momenten als je je beter wilt voelen.

Je lichaam reageert namelijk op wat je denkt.

In het nu is er vaak meer rust dan je denkt.
Misschien voel je iets, heb je pijn of maak je je zorgen over later. Maar echte problemen ontstaan vooral als je vast blijft zitten in gedachten over vroeger of later.

Dan ontstaat onrust, gepieker en negatieve gevoelens.

Hoe krijg je meer rust in je hoofd en kom je dichter bij jezelf?

  • Besef dat je gedachten en je diepere gevoel bij elkaar horen. Je gedachten hebben minder grip op je als je je aandacht naar het nu brengt. In het moment zelf zijn ze vaak minder sterk.
  • Leer je gedachten en reacties herkennen. Merk op wat er gebeurt in je hoofd en in je lichaam, zonder jezelf te veroordelen. Probeer het te accepteren. Behandel jezelf vriendelijk, alsof je een bang kind geruststelt.
  • Richt je aandacht op je ademhaling, je lichaam of je hartslag. Probeer daar niets aan te veranderen, maar neem het gewoon waar.
    Ga ook eens naar buiten en gebruik je zintuigen: kijk, luister en voel.
    Merk je dat je weer gaat piekeren? Zeg dan (hardop of in jezelf): “stop”. Breng jezelf terug naar wat je op dat moment aan het doen bent, en doe dat met aandacht.
  • Blijf bij jezelf als anderen boos, gestrest of negatief zijn. Laat je niet meeslepen. Je hoeft niet te oordelen of in discussie te gaan. Blijf rustig en aanwezig. Dat is geen onverschilligheid, maar juist een vorm van begrip.
  • Je hoeft niet per se in een stille omgeving te zijn om rust te voelen, maar het kan wel helpen. In de natuur zijn, bijvoorbeeld wandelen, kan je helpen om weer dichter bij jezelf te komen. De natuur is er gewoon, zonder oordeel, en dat helpt jou om ook meer te ontspannen.

Ego’s binnen teams

  • Het ego van teamleden heeft veel invloed op hoe een team samenwerkt, communiceert en beslissingen neemt. Dat heeft uiteindelijk ook effect op de resultaten.
  • Als ego’s te sterk aanwezig zijn, kan dat zorgen voor ruzie, minder samenwerking en meer focus op jezelf in plaats van op het team. Het gezamenlijke doel raakt dan op de achtergrond.
  • Maar een gezond ego kan juist positief zijn. Het geeft zelfvertrouwen en motivatie, wat helpt om goed werk te leveren.

Tips voor omgaan met sterke ego’s in een team

  • Zorg voor een echte teamcultuur
    Maak duidelijk dat samenwerken belangrijker is dan individueel scoren. Vier successen samen en waardeer ieders bijdrage. Moedig teamleden aan om elkaar te helpen.
  • Communiceer open en eerlijk
    Zorg dat mensen zich vrij voelen om hun mening te geven. Geef regelmatig feedback op een respectvolle manier. Zo voorkom je misverstanden en kan iedereen zich verbeteren.
  • Geef het goede voorbeeld
    Leiders en managers spelen een belangrijke rol. Laat zien dat samenwerken en bescheidenheid belangrijk zijn. Dat werkt door in het hele team.
  • Pak conflicten op tijd aan
    Als er spanningen ontstaan, wacht dan niet te lang. Bespreek het rustig en zoek samen naar een oplossing. Soms kan een neutraal persoon helpen om te bemiddelen.
  • Stimuleer persoonlijke groei
    Help teamleden om zichzelf beter te leren kennen. Denk aan trainingen in zelfinzicht, omgaan met emoties en samenwerken. Dit maakt mensen bewuster van hun gedrag.
  • Houd rekening met verschillen
    Iedereen is anders. De één is direct, de ander wat rustiger. Probeer die verschillen te begrijpen en er rekening mee te houden.
  • Zoek balans tussen duidelijk zijn en begrip tonen
    Het is goed om je mening te geven, maar luister ook naar anderen. Respecteer elkaars ideeën en gevoelens.
  • Maak rollen en taken duidelijk
    Zorg dat iedereen weet wat zijn of haar verantwoordelijkheid is. Dat voorkomt strijd en helpt mensen zich te focussen op hun eigen werk.

Succes met het omgaan met je eigen EGO en zo ook met die van anderen!

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply