Misschien zijn er uitzonderingen, maar ieder voorstel dient een doel. Zo’n doel kan dichtbij of veraf liggen. Vaak is het zo dat hoe politieker dat voorstel ligt, des e verder het doel verwijderd is. Het is iets voor de lange termijn zeggen we dan, en dat heeft iets ideologisch. En juist dat is de basis om er goed rekenschap mee te houden dat ieder mens over zo’n voorstel anders zal denken en voelen.

Zo wat voorbeelden:

  • De mensen worden mondiger. Is dat nou echt zo? Heeft die mondigheid nu echt bijgedragen aan andere structuren in organisaties?
  • Nog een keer die mondigheid. Heeft die mondigheid nu echt het zelfsturende in organisaties bevorderd?
  • Nu staan we met z’n allen voor levensgrote wereldvraagstukken inzake het klimaat. Zijn we nu echt bezig met die problemen, of gaat het gesprek allen maar over geld?
  • Oh ja, over projecten gesproken. Nu was het grote probleem ermee dat > 70% ervan bedroevende resultaten gaf. We hebben nu agile als wonderkind geïmplementeerd. Draagt dat nu echt bij aan het verbeteren vaan die resultaten?

Het je een idee of een plan, dan ben je bezig met de toekomst. Waar moet het heengaan met die afdeling, met die klantgroep, met die samenleving. Zitten we in zo’n situatie, dan hebben we allemaal zo onze gedachten over hoe die situatie zich zou moeten ontwikkelen, of onze twijfels of die voorstellen wel tot resultaat zullen leiden.

Ieder plan dat op de toekomst is gericht, schat in hoe mensen erop zullen reageren. Het maakt niet uit welke mensen dat zijn: mensen die het werk doen, klanten, bewoners, publiek, boeren en noem maar op. De maker van het voorstel heeft zijn idee hoe die mensen op zijn plannen zullen reageren. Tenminste je mag hopen dat in dat voorstel een duidelijke beschrijving zit van de doelgroep en omstanders en wat hun gevoelens en emoties zijn. Of ben ik nu te optimistisch?

Iedere inschatting daarvan is ideologisch gekleurd. Zo veranderstelt ieder nieuw product dat het een wens invult van een klant. En stel nou  dat hij niets anders wil, dan zullen wij het hem wel vertellen.

Zo veranderstelt een plan tot de invoering van zelfsturende teams dat de huidige organisatie de mensen zodanig de strot uitkomt dat ze enthousiast eraan mee zullen werken om de invoering te laten slagen. En ook aal is het plan (wellicht op onderdelen) onaangenaam (bijv. ze moeten hun eigen financiën van het team bijhouden, waar ze niet voor geleerd hebben en niet voor aangenomen zijn)), verwacht wordt dat de mensen uiteindelijk het belang ervan zullen inzien en positief zullen meedoen.

Als zo’n “positieve grondhouding” al in het voorstel zit ingebakken, dan is per definitie het voorstel tot mislukken gedoemd. Wie iets nieuws wil (de directie beslist dat er zelfsturing moet komen) gaat er al te makkelijk vanuit dat de mensen in de uitvoering dat ook willen.

Dwarsligger (en dat zijn er bij zelfsturing velen, zowel op management als op uitvoeringsnivo) hebben hier een scherpe neus voor. Bij hen komt de kreet vandaan van “en prachtige theorie, en hoe zaal het in de praktijk uitpakken”.

Nu, bij zelfsturing werd en wordt het een bende. Nou wat dacht je, iedereen had dat al vooraf voorspeld.

Meesta is het omgekeerd. Iets wat goed is, is ideologisch gekleurd, anders ontbreekt de dan broodnodige visie. Zonder ideologie gebeurt er nooit wat, echter hou het rustig. De dwarsligger slaapt niet.

Hoe reageer jij nu op voorstellen? En als je jouw reacties neemt, hoe passen die dan in de vaartips.

 

 

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply