Natuurlijk is het goed dat er aanpakken zijn. Het schiet door bij de verwachting dat een aanpak altijd succes oplevert. Een aanpak kan nooit goed zijn voor iedere situatie.
De situatie is bepalend. En dan komt het. Wat verstaan we nu onder ‘situatie’? We zijn geneigd om die situatie te bekijken als een hoeveelheid ingrediënten, zoals processen, mensen, ICT, geld, tijd en nog zo wat. Uit die ingrediënten kiezen we dan een topic. Zo kunnen we steeds in een tijdsprobleem komen en daarom moeten we iets aan timemanagement doen. Of we moeten de mens er beter bij betrekken om sneller resultaat te halen en dan kiezen we voor een Agile/Scrum aanpak.
Alleen knaagt er dan nog steeds iets. Iedere situatie in organisaties heeft te maken met werk – dingen die gedaan moeten worden. Dat werk doen mensen. En werk is voor meer dan 80% mensenwerk. De andere 20% zijn de overgebleven ingrediënten. Mensen bedenken hoe dat werk moet worden gedaan. Dat bedenksel is geprogrammeerd in software, mensen gebruiken robots, mensen doen dingen met hun handen. Altijd staat in werk de mens centraal.
Wanneer we bezig zijn met Cochin-approach gaan we altijd als eerste na, wat de positie is van de mens in zijn of haar werk. Het is belangrijk dat hij of zij lekker kan werken, dat die iedere dag bij wijze van spreken fluitend naar zijn of haar werk gaat. Om dat te realiseren moet die vanuit zijn eigen kracht kunnen werken.
Onze opvoeding, schoolsystemen, managementaanpakken en vele andere zaken hebben ons verwend. Ze hebben ons geleerd hoe we ons moeten aanpassen en wat we dan moeten doen. Het gevolg is dat we helemaal verleerd zijn om vanuit onze eigen kracht te werken. Daarom heeft Cochin-approach als focus mensen stap voor stap dagelijks steeds beter te kunnen laten werken vanuit hun eigen kracht. Ik noem dat ook wel het herstellen van het zelf-ontwikkelend vermogen van mensen.
Is dat idealistisch? Hm, misschien wel. Alleen als ik dan die twinkelende ogen zie van mensen met wie ik zo gewerkt heb, dan mag het volgens mij best wel wat vaker.

