Wat zeg je nu tegen je kinderen als die een vraag hebben van “wat is de bedoeling van leven”? Wat zeg je dan tegen je kinderen? Je kunt geen raad meer geven, geen inhoud geven, geen route uitstippelen. We zeggen dat er geen algemeen bouwplan is, dat keuzes je eigen keuzes moeten zijn. Dat betekent dat we ze hoogstens raad kunnen geven, en we zeggen dat kinderen vooral moeten gaan doen wat ze zelf willen: doen wat goed voelt, je hart volgen, jezelf ontwikkelen en eigen, authentieke keuzes maken. Laten we beginnen met dat ‘je moet doen wat je wilt’. Eigenlijk is dit een vorm van zware emotionele mishandeling. Vijf redenen waarom dit een stom advies is. Eerst maar de oppervlakkige en voor de hand liggende.

Een: Het is nogal wreed om iemand die jou vraagt wat ‘ie moet doen te zeggen dat ‘ie moet gaan doen wat hij wil. Dat is nu juist het probleem: als ‘ie dát wist, had ‘ie het niet gevraagd.

Twee: De vooronderstelling is dat iets goed is om te doen omdat je het wilt. Maar dat is onzin. Iedereen weet dat we vaak de meest stomme en onverstandige dingen willen. Je hebt vast weleens de fout gemaakt om ergens achteraan te hollen, terwijl dat achteraf een ramp bleek te zijn. Bijvoorbeeld dat je denkt dat je gelukkig wordt als je veel geld verdient, je daar je leven op inricht en dan blijkt het een grote zeepbel te zijn. Beschaving is nu juist dat je niet altijd doet wat je wilt – of probeert je wil een beetje op te voeden.

Drie: Onze wil conflicteert nogal eens: we hebben meerdere willen in ons. Heel vaak is het probleem niet dat ik niet weet wat ik wil, maar dat ik tegelijkertijd het een en het ander wil, zaken die niet met elkaar te verenigen zijn. Als ik het ene kies, kan ik het andere niet krijgen, en dat levert een probleem op. Dit soort keuzes ga je niet oplossen door te roepen dat je moet doen wat je wilt. Eigenlijk hebben we dan een meta-wil nodig: een wil die wil wat we willen. Maar die hebben we niet.

Nu de dieperliggende redenen die laten zien dat iemand die zegt dat je moet doen wat je wil, niet begrijpt wat ‘ie zegt.

Vier: Willen duidt op een deficiëntie, een tekort. Iemand die iets wil is ontevreden. Want als de wereld is zoals jij wilt, dan wil je niet meer. Dus mensen die iets willen, willen altijd iets veranderen. Daarom zijn optimisten ook van die vreselijke mensen: die zijn ontevreden met hoe het nu is, maar hebben nog wel de hoop van verandering. Als je nadruk gaat leggen op de wil, dan ga je die ontevredenheid cultiveren, en daar krijg je erg narcistische, kinderachtige wezentjes van.

Maar het grote probleem, en dat is reden vijf, is dat de wil alleen maar wil – het wil niet iets, maar het wil alleen maar willen. Als je bijvoorbeeld iets wilt drinken, dan lijd je, want willen betekent dat er een tekort is. Als je dorst hebt, vind je dat vervelend en wilt je iets drinken. Het idee is dan dat op het moment dat je een drankje hebt, je wil verdwijnt, en je niet meer lijdt. Dus als we iets willen, zijn we zo afgericht dat we pakken wat we willen. Maar omdat je wil alleen maar wilt willen, hopt je wil meteen naar iets anders zodra je hebt wat je wilt, en dan begint het hele circus weer van voren af aan.

Na het bereiken van het door de wil afgestemde doel is de wereld nog net zo donker als daarvoor. De natuur van de wil is dat de wil zich niet laat stoppen. Dat proberen we wel. Mensen die de marathon lopen proberen aan hun wil te ontsnappen, denk ik wel eens. Maar je kunt ook drugs gebruiken, heel veel drinken, of naar yoga of mindfulness gaan. Wat je dan eigenlijk doet, is de innerlijke wil, de drang, de ontevredenheid tot stilstand brengen. En dit is dan meteen het bruggetje naar de goede raad die we mensen vaak geven, namelijk dat je moet worden wie je bent in je werk, en dat mindfulness een goede zaak is.

Daarover volgende week meer

Dank: Menno de Bree

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply