We hebben het in de voorgaande post gehad over de onzin van het advies van dat je authentiek moet zijn. Is dat advies om te doen wat je wilt, jezelf worden, eigenlijk niet een vorm van zware emotionele mishandeling? Nu wordt dat door onze opvoeders, coaches, opleiders en nog zo wat ons met de paplepel ingegoten. En hoe gaat dat dan op ons zwerk? Hierna lees je in het laatste deel meer
Dit is het laatste deel van een serie artikelen over de onzin van authentiek moeten zijn. In deze post moeten we even terug gaan naar het eerste deel van deze serie artikelen. We weten dat we halfproducten zijn, dat we onszelf in elkaar moeten zetten, en dat we zelf verantwoordelijk zijn voor het eindresultaat. We moeten onszelf vormgeven in onze liefdesrelaties en ons werk. De relatie tussen liefde en geluk is hoogst problematisch, dus na een zekere leeftijd kiezen de meesten zich te ontplooien via hun werk. Het eerste wat we doen als we iemand tegenkomen op een verjaardagsfeestje, is vragen: ‘Wat doe jij?’ Het zit diep in ons DNA om te denken dat iemand is wat ‘ie doet – en wat je doet, doe je vooral op het werk.
We zitten nu met een generatie mensen die weet dat ze moeten slagen als mens, en dat je slaagt op het moment dat je jezelf ontwikkelt en jezelf bepaalt door middel van je daden. En dat doe je vooral met de baan die je hebt. Als je mislukt in je werk, dan misluk je als mens. Als je 100 jaar geleden geen baan had, had je een sociaal of economisch probleem, maar voor ons is het veel erger: omdat wij moeten worden wie we zijn, hebben we een existentieel probleem op het moment dat we mislukken op ons werk. Vanuit kapitalistisch oogpunt is dit een buitenkansje. Want als je niet weet wat je wil, omdat je niet weet wat je wil worden, dan is dat volgens de ideologie van het kapitalisme de schuld dat je faalt op je werk.
Heb je toevallig ooit communistische sympathieën gehad? Dan komt dat je nu goed uit. Volgens het communisme kun je de kapitalistische maatschappij indelen in twee klassen, namelijk de arbeiders en de kapitalisten. De kapitalisten hebben het kapitaal: productiefaciliteiten zoals fabrieken. En wat wil je met het kapitaal? Daar wil je meer van. De arbeiders hebben geen kapitaal, die hebben alleen maar zichzelf en moeten hun arbeid verkopen. Dat doen ze aan de kapitalist, dus ze hebben elkaar nodig. Dus voor de kapitalist is het de vraag: hoe krijg ik zoveel mogelijk arbeid uit mijn arbeider geperst voor elke euro die ik aan ze besteedt?
Hoe we dat vroeger voor elkaar kregen was simpel: door middel van belonen en straffen. Maar nu ligt dat wat moeilijker. Ik reed laatst naar huis en belde mijn dochter om haar te vragen of ze wilde stofzuigen. Toen zij ze: ‘Nee, ik ben aan het chillen’, alsof het een activiteit is. Toen zei ik: ‘Het was eigenlijk geen vraag, je moet gaan stofzuigen, want anders word ik boos.’ Denk je dat ze had gestofzuigd? Natuurlijk wel! Maar had ze het ook goed gedaan? Nee. Want als je iets moet doen waar je geen zin in hebt, dan lever je alleen nét voldoende arbeid om geen gezeik te krijgen. Uit kapitalistisch oogpunt is dat een probleem. Want hoe krijg ik het optimale stofzuigende vermogen van iemand die alleen maar denkt: ‘Ik wil dit niet?’ Precies, ik moet zorgen dat ze het wil! Pas iemand die uit zichzelf wil, zal goed produceren. Dus ik moet haar wil veroveren.
Kijk, en dit hebben we nu precies voor elkaar gekregen in ons werk. Want we hebben nu een generatie van werkers die dondersgoed weet dat ze zichzelf moeten vormgeven, dat ze daar zelf verantwoordelijk voor zijn, en dat ze dus moeten slagen in hun werk – want vooral dat is de plek waar je jezelf vormgeeft. Als kapitalist maak ik daar graag gebruik van, want het heeft drie grote voordelen.
Ten eerste krijg ik altijd het onderste uit de kan. Iemand zal alles willen geven, dus ik krijg honderd procent van de productiecapaciteit. Daar worden werknemers zelfs op geselecteerd (gemotiveerd, heet dat dan). Ten tweede hoef ik geen toezicht meer te houden. En ten derde, als het dan niet lukt, en gemiddeld genomen zit tien procent van de beroepsbevolking met een burn-out thuis, kan ik gewoon zeggen dat het aan de werknemer ligt. Zo kan ik organisatieproblemen vermommen als competentieproblemen. En als je bij me komt om te klagen over de werkdruk, zeg ik simpelweg dat er anderen zijn die het wel kunnen. Misschien heb jij wel een competentieprobleem, zeg ik dan. En dan stuur ik je op cursus. En misschien zeg je dan wel dat je hoofd zo vol zit, als je naar huis gaat, en dat je wijn nodig hebt om weer tot bedaren te komen. En ook daar heb ik een cursus voor. Precies, mindfulness!
Dus: arbeiders aller landen, verenigt u! Ik geef je nog drie tips mee om er nog wat van te maken, van dat leven van je:
Tip 1: Bedenk goed wat het betekent dat God dood is. Dat betekent dat er geen blueprint is, dat we vrij zijn. Dat verlost ons van het boze, maar het maakt ons ook verantwoordelijk voor ons eigen bouwplan.
Tip 2: Stop met optimist zijn. Want als je denkt dat het je gaat lukken, dan verkramp je, want dan moet je. En je zult zien dat je dan geheid mislukt.
Tip 3: Word daarom een pessimist. Accepteer van tevoren dat je faalt, dat er toch niets uitkomt. Pas dan zal je zien dat je ontspant en dat je ruimte krijgt om te lachen en van het leven te genieten.
Tenslotte iets van mijzelf. Authentiek moeten worden? Ook ik vind dat onzin. Worden wat je wil is dat ook. Helemaal eens met de strekking van deze artikelreeks. Het geeft mijn gevoel dat ik zo nu en dan over die onzin heb goed weer en ik heb erom gelachen. De laatste zin van het artikel daar ben ik het roerend mee eens. Zorg dat je ruimte krijgt om te lachen en van het leven te genieten. Een belangrijke spelregel van mijn benadering van leven en werk is “the meaning of life is to live it”. Leven is in mijn opinie jezelf ontwikkelen. Dan gaat het om de talenten, de krachten die je van je geboorte af hebt meegekregen. Om met de dingen die je in je leven tegenkomt zo goed als zo kwaad mogelijk wat mee te doen. En zo die talenten en krachten steeds beter te kunnen toepassen. Niet om iets te worden, wel om te leven vrij van welke verplichting dan ook en wel samen met anderen. Dat is een proces, of zoals andere mensen zeggen “een weg afleggen”. Het gaat erom dat je geniet en steeds blijft lachen op die weg.
Dit was de laatste post van een serie van drie geschreven door: Menno de Bree


