Menswaardig ondernemerschap in de context van betekeniseconomie is een situatie waar we in dit leven min of meer naartoe groeien. Ook al lijkt een en ander een utopie te zijn gezien de ontwikkelingen in Oekraïne, toch is het zo. Wat je ziet is dat het leven en het samen-leven op de oude voet aan het eind van zijn latijn is, wat er nu bijv. in Oekraïne gebeurt zijn stuiptrekkingen. En ja het is behoorlijke klote. Een ding is overduidelijk. De meest wezenlijke leiderschaps-, economische en leefstijlsystemen zijn aan het eind van hun houdbaarheidsdatum aanbeland.

Leiderschap gaat volgens mij over het maken van dagelijkse keuzes en het in beweging komen op zaken die belangrijk voor je zijn. Leiders van (politieke) organisaties hebben daarin wat mij betreft een extra grote verantwoordelijkheid. Hun handelen beïnvloedt immers in sterke mate het welzijn van vele anderen en kent door hun positie een sterke voorbeeldfunctie.

Onze organisaties worden gevormd door mensen. Mensen die op allerlei manieren met elkaar samenwerken om gemeenschappelijke doelen te bereiken. Dat is de kracht van de mens; dat we op een ongekend effectieve manier kunnen samenwerken. Als we als individueel mens binnen dat systeem allemaal onze verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst kan de transitie waarover we het eerder hadden vlotter verlopen

Het huidige leiderschap m.n. in organisaties is gebaseerd op 4 belangrijke pijlers. Die zijn steeds meer belemmerend voor de transitie van het sturen van werk-doen in organisaties.

Het huidige leiderschaps-perspectief is veelal gericht:

1.     op de eigen organisatie

2.     op de korte termijn

3.     de eigen functie binnen de organisatie 

4.     en op (financiële) groei.

Wat is de waarde van de organisatie en welke waarde voegt het toe. Dat is de achtergrond waartegen besluiten worden genomen en keuzes worden gemaakt. In de loop van de afgelopen 200 jaar is het doel van een organisatie verschoven van ‘het als collectief oplossen van een maatschappelijk vraagstuk’ naar ‘het maximaliseren van het financiële rendement van de organisatie zélf’ en vaak met name van haar aandeelhouders. Zo ontstonden de eerste verzekeraars omdat risico van brand of ander onheil door individuen niet te dragen was. Door krachten in een coöperatieve vorm te bundelen lukte dat wel. Tegenwoordig is een verzekeraar gericht op rendement en zijn belangen van organisatie en klant vaak tegenstrijdig.

Organisaties brengen veel. Zij bundelen onze kracht en intelligentie. Daardoor zijn we als mens zo succesvol. Maar als dat succesvol zijn niet meer wordt afgemeten aan de maatschappelijke relevantie in de brede zin van welvaart, welbevinden en welzijn is dat het failliet van het systeem. Nu en voor de generaties na ons. En je mag zelf invullen of we daar inmiddels zijn beland.

De korte termijn

Het tweede leiderschaps-perspectief heeft betrekking op de tijdshorizon. De tijdshorizon van zowel politici als businessleaders beperkt zich veelal tot één of enkele jaren. In beursgenoteerde bedrijven heerst de tucht van de jaar- of eigenlijk kwartaalcijfers -en in de politiek beperkt de eigen herverkiezing de tijdshorizon effectief tot een jaar of drie.

De grote maatschappelijke vraagstukken kennen echter een lange termijn dynamiek. Klimaat, biodiversiteit en ongelijkheid laten zich niet binnen een termijn van drie, laat staan van één, jaar, oplossen. Maar dat geldt net zozeer voor bijvoorbeeld het oplossen van woningnood of het vernieuwen van ons onderwijssysteem. Het gevolg van deze discrepantie is dat er nog steeds heel veel besluiten worden genomen die strijdig zijn met het lange termijn maatschappelijke belang.

Het derde perspectief dat de benodigde transformatie belemmert is het perspectief van de eigen functie. Zwart-wit gezegd handelt de CEO of politiek leider vanuit zijn functie, niet vanuit haar of zijn mens-zijn. “Als CEO moet ik besluiten nemen die goed zijn voor de organisatie”, is het credo. Als ik leiders bij een strategische keuze de checkvraag stel: Wat zouden jouw kleinkinderen van deze keuze vinden, komen ze vaak tot een andere uitkomst. Kleinkinderen zijn namelijk niet geïnteresseerd in het rendement voor de aandeelhouders of in de herverkiezing, maar in het effect dat deze keuzes heeft op de wereld die zij aantreffen. Dit perspectief hangt uiteraard samen met de tijdshorizon, maar voegt een ander aspect toe. Immers juist het ‘ontmenselijken’ van je functie binnen een organisatie zorgt er voor dat je keuzes maakt die ‘niet kloppen’. Het toevoegen van verslavende ingrediënten (denk aan zout en suiker) aan snacks is daar een voorbeeld van. Als verkoopdirecteur weet je dat het goed is voor de omzet, als mens wil je je (klein)kinderen daar niet aan blootstellen, toch?

Het vierde perspectief gaat over de focus op groei. Groei van macht, groei van winst, groei van marktaandeel, etc. In een gesloten systeem met eindige grondstoffen dat onze aarde is, is blijvende groei onmogelijk. We lopen als samenleving inmiddels op allerlei manieren tegen de grenzen van die groei aan. Toch is het perspectief van het leiderschap nog steeds vrijwel zonder uitzondering gericht op groei. 

We hebben geleerd dat economisch gezien groei noodzakelijk is. In ons geldsysteem hanteren we een positieve rente, die moet worden goedgemaakt. Daar dient groei voor. Echter we zien nu, dat mondiaal we tenderen naar een negatieve rente. Het lijkt er op dat het economisch systeem vanuit zichzelf in transitie lijkt te zitten.  

Echter het zit ook zo, als ik groei, verliest een ander. De welvaart van een klein deel van de wereldbevolking, gaat ten koste van een veel groter ander deel. We zien een toenemende vermogen(sgroei) voor de happy few ten koste gaan van het belonen van arbeid waarmee dat vermogen feitelijk wordt gecreëerd. Ook is het zo dat het welzijn van de huidige generatie sterk ten koste gaat van het welzijn van toekomstige generaties. 

Door afstand te nemen van groei als hoger doel, kunnen we ook een einde maken aan het concept van winnen en verliezen. Terug naar de natuur kan ook het doel zijn, d.w.z. het gaat om het continu vinden van een delicaat evenwicht. Laten we dat nu eens als uitgangspunt weer nemen. De natuur kent seizoenen van groei, afsterven, terugtrekken en opnieuw bloeien. Daarin zit het in balans zijn en wij mensen zijn integraal onderdeel van deze natuur. Dus waarom dat hogere doel niet?

Dank Brandaan

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply