Besluiten nemen is een spel. Hoe wordt dat gespeeld?
Macht en politiek zijn de kern van besluitvormingsprocessen en dat geldt voor iedere organisatie. Macht heeft alles te maken met het gebruik van de mogelijkheden die iemand heeft om iets naar zijn hand te zetten. Politiek heeft alles te maken met belangen van mensen. De hiërarchie is vaak bepalend bij macht, echter hoe dat wordt gedaan is belangrijk bij het al dan niet sneuvelen van pannen etc. Ieder die werkt in een organisatie heeft met macht en politiek te maken. Iedereen moet via besluitvorming dingen gedaan krijgen. Iedereen speelt mee. Alleen, niet iedereen is zich daarvan bewust. Er rust een taboe op politiek, met grote nadelen voor iedereen. Daar gaan we de eerstkomende weken op in met:
- Iedereen speelt mee
- De spelers die hun spel niet kennen
- Van onhandig naar vals spel (volgende week)
- Slechte besluitvorming door onhandig politiek spel (volgende week)
- Van straatvechter naar professionaliteit (de laatste week van februari)
Neem Kees, een inhoudelijke gerichte professional. Hij moet voorstellen maken en adviezen verstrekken. Als hij zo’n voorstel gereed heeft dan staat hij er volledig achter en verdedigt het. Want het is goed, hij weet beter dan wie ook waarover het gaat. En dan komt het in het management en ineens gaat het fout. Het begint al met vragen als hij zijn voorstel presenteert. Maar dan gaan buiten hem om anderen ermee aan de slag en voordat hij het weet zijn belangrijke elementen uit het plan verdwenen. Wat is er gebeurd? Hij weet het niet. Politiek, spelletjes buiten hem om. Kees is verontwaardigd. Tegen zijn collega’s wordt hij cynisch. Hij vertelt steeds vaker kwade verhalen over zijn managers en waarschuwt ieder voor hen op te passen.
Kees is deskundig en voelt zich verantwoordelijk. Al adviserend draagt hij zijn steentje bij aan de besluitvorming. Dat valt hem niet gemakkelijk. Door zijn inhoudelijke gerichtheid werkt hij graag in zijn eentje. Hij probeert niet stap voor stap anderen mee te krijgen. Zonder veel overleg en zonder voor te koken presenteert hij uitgewerkte rapporten en adviezen. Hij vindt dat zelf zuiver. Politiek is aan hem niet besteed, het gaat om de inhoud.
Alleen, of hij nu wil of niet, Kees probeert invloed uit te oefenen op beslissers. Hij zoekt draagvlak voor wat hij goed vindt, maar op een eigen manier. Dat is politiek handelen, wellicht beantwoordend aan zijn normen, maar tegelijk weinig effectief. Met zijn politieke handelingsstijl slaagt Kees er niet in om ‘gelijk hebben’ om te zetten in ‘gelijk krijgen’.
En als Kees, boos en teleurgesteld de slechtheid van het management aan de kaak stelt is hij ook politiek aan het handelen. Wie kwade verhalen over anderen verteld, is tegelijk bezig om het vertrouwen in die anderen aan te tasten. En wie het vertrouwen in anderen aantast, tast ook hun invloed op besluitvorming aan en daarmee hun vermogen om hun werk goed te doen.
Kees vindt politiek fout. Hij denkt zich ver te houden van de politiek. Hij houdt zijn handen schoon, denkt hij. Het tegendeel is het geval. Hij slaagt niet in de opdracht om met zijn professioneel vermogen de organisatie van dienst te zijn. Mopperend op het politieke spel van anderen is hij zelf zeer politiek bezig.
De spelers die hun spel niet kennen
Ieder die te maken heeft met besluitvorming en die invloed uitoefent of ondergaat is politiek bezig. Ieder moet het politieke spel spelen. Niet iedereen doet dat even onkundig als Kees. Kees representeert één type speler, de inhoudelijk gerichte professional die op operationeel niveau zijn werk doet. Maar ook anderen, zich meer bewust van het verschijnsel politiek hebben het er moeilijk mee.
Al jaren ben ik bezig met het slagen en mislukken van veranderprocessen. Macht en politiek zijn onlosmakelijk verbonden met veranderprocessen. Een goede – onlangs overleden – collega van mij (Joop Swieringa) noemt wat er dan speelt “gedoe” en heeft daar veel over gepubliceerd. Mijn vele praktijksituaties en de gesprekken die ik daarin heb gehad zijn voor mij reden geweest een eigen benadering over een en ander te ontwikkelen. Die benadering heet “Cochin-approach” en heb ik beschreven in mijn boek “Met 10 versnellingen resultaat”. Aan het begin van ieder veranderproces ga ik ene-op-een gesprekken aan met direct betrokkenen. Doel is om een gezamenlijke stelling te formuleren over wat zij vinden waardoor het veranderproces is een lastige situatie terecht is gekomen, dan wel welke gevaren er dreigen voor dat proces. Tijdens die een-op-een gesprekken doen deelnemers o.a. de volgende uitspraken:
- ‘Ik heb niets met politiek, maar het speelt en ik moet toch wel weten wat het is’.
- ‘Ik wil graag weten hoe het gaat, de dingen gebeuren buiten me om en ik voel me buitenstaander en slachtoffer’.
- ‘Ik weet niet wat er gebeurt, ik voel me machteloos, ik wordt daar bang van’.
- ‘Ik wil in elk geval inzicht, en geef me zo mogelijk middelen om het spel goed te spelen’.
- ‘Ik wil geen rat worden, maar ook geen slachtoffer. Help me daarbij’.
Nagenoeg iedereen weet, vaak uit bittere ervaring, wat politiek is. De één denkt dat anderen dat alleen doen met als illusie erbuiten te staan. De ander voelt zich meegenomen in een proces dat hij niet kan sturen en waar hij geen zicht op heeft. Weer een ander weet dat hij zelf het spel te speelt, maar merkt vervolgens echt inzicht te missen.
Op basis van die uitspraken en dat wat ze ervaren hebben gaan we in een gezamenlijk overleg na, waar een gemeenschappelijke zorg is voor het veranderproces waar de mensen zich dan voor geplaatst zien. Op basis van die gemeenschappelijke zorg wordt dan gezamenlijk onderzocht wat de optimale manier is om met het veranderproces aan te pakken. Hoe nu verder? Daarover volgende weken meer.


