Politiek heeft alles te maken met de onderstroom in organisaties. Het ligt niet op de tafel, altijd eronder. Het heeft alles te maken met een impliciete en non-verbale interactie. Die is bepalend voor de toon van discussies, de sfeer en de onderlinge verstandhouding. Hoe minder er expliciet over wordt gesproken, dest tegroter de invloed die het heeft op het werk-doen van mensen
Dat verpest de sfeer in organisaties, op afdelingen in teams etc. In zo’n sfeer dan lekker kunnen werken, dat is benauwend voor iedereen. Hoe zich dat kan uiten, is beschreven in een rapport dat is opgesteld door de commissie van Rijn naar aanleiding van het grensoverschrijdend gedrag bij de NPO. En weet je wat er dan gebeurt? Direct nadat de publicatie er was, werd er gewezen naar elkaar. Er werden beschuldigingen geuit, mensen werden beschuldigd. Zelf in een TV-uitzending waarin de commissie was uitgenodigd werden de commissieleden min of meer gedwongen mensen te gaan beschuldigen. Ook daar ging het niet over de slechte sfeer, nee, die of die had het gedaan.
Gek hè dat we zo gewend zijn geraakt om over politieke spelletjes te spreken en over machtswellust, dat daardoor de werksfeer volkomen wordt vergeten.
Echter op het moment dat leiding bewust is van haar rol voor die werksfeer en dus op een goed werkklimaat gaat focussen bij het leidinggeven, op dat moment zie je de prestaties groeien. De resultaten toenemen. Dat is het resultaat van het gebruik van de ervaringen van Joop Swieringa (schrijver van de boeken “gedoe komt er toch en “gedoe op tafel) en coachin-approach van mijzelf.
Laten we de geschetste werkelijkheid eens confronteren met de grote idealen van onze kennismaatschappij. Wij willen continu innovatief zijn, we willen duurzaamheid. We willen effectieve en efficiënte organisaties die de voortdurende combinatie mogelijk maken van een veelheid van specialistische deskundigheden. Bij het zoeken naar goede, innovatieve en duurzame oplossingen mag dan niet de politiek slimste of de machtigste speler het winnen. Het moet steeds gaan om de best mogelijk combinatie van de goede kennis die de vele specialismen in huis hebben. Dat kan alleen maar bij een hoogwaardige besluitvorming, gedragen door de vele spelers die het politieke spel kundig, met inzicht en verantwoord kunnen en willen spelen.
Is het mogelijk om politiek handelen te leren? En zo ja, hoe moeten we ons dat leerproces voorstellen? Politiek handelen leren we allereerst als kind. Iedereen leert vanaf de vroege kindertijd dingen gedaan te krijgen, eerst van de ouders, huilen, zeuren, vleien, ‘pappa mag ik een ijsje, mamma vindt het goed’. We beginnen allemaal als politieke straatspelertjes, velen minder en enkelen meer getalenteerd. We leren het politieke spel al doende, thuis, op straat, op school, net zoals we onze moedertaal leerden zonder ons bewust te zijn van dat leerproces. Alle volwassenen beschikken dus al over eigen politieke vermogens, waarbij die vermogens uiteraard sterk zullen verschillen, met alle variaties tussen de niveaus van ‘politiek dier’ en van ‘loser’.
Willen we volwassenen het politieke handelen leren, dan gaat het om de uitbouw van een reeds lang verworven politiek vermogen. Hoe moeten we ons dat voorstellen?
Laten we nog eens naar de casus uit het begin van dit artikel kijken. Kees neemt al politieke handelend een bepaalde weg A. Hij ontwikkelt zijn ideeën in zijn eentje, zonder overleg met anderen. Het advies dat hij geeft is volledig uitgewerkt en doordacht. Hij had natuurlijk ook een andere weg B kunnen nemen. Hij had zijn rapport stap voor stap kunnen schrijven, steeds in contact met belangrijke partijen, steeds hun reacties serieus nemend. Kenmerkend voor Kees en voor veel volwassenen met hem is nu, dat ze de keuze tussen wegen als A en B niet bewust maken, maar zonder na te denken over alternatieven één ervan nemen. Ze kiezen niet uit wegen, ze nemen een weg. Wat hen ontbreekt is vermogen om alternatieven te verkennen en daaruit bewust en verantwoord te kiezen.
Het is naar mijn ervaring goed mogelijk om mensen te leren hun politieke alternatievenruimte te verkennen en daar hun keuzes op te baseren. Mensen ervaren dat als bewustwording van hun handelen. Voorwaarde is wel de bereidheid om dat leerproces aan te gaan. Zo lang men politiek maar niks vindt, zoals Kees in de casus kan men ook niets leren. Macht en politiek dienen hun negatieve lading verliezen. Dan kunnen ze echt de plaats op de opleidingsagenda krijgen, die ze verdienen.
Dank: Martin Hetebrij


