Ik (=Lynn Coleman) vergeet het nooit. Mijn eerste echte klus als projectmanager. Spannend. Ik had het gevoel dat er veel van afhing en wilde presteren. Laten zien wat ik kon.
Ik werkte destijds voor een detacheringsbureau en had voorlopig mijn plek gevonden bij de ICT afdeling van een bank. Mijn project, een informatiebeveiligingsproject, was niet bepaald sexy, maar wel erg nuttig.
De afdeling waar ik werkte was grotendeels een mannenafdeling. Zoals vaker in de ICT. Nu heb ik zelf geen probleem met werken met mannen, maar sommige mannen vonden het lastig om te weten hoe ze met mij om moesten gaan. Zoals de projectarchitect destijds.
Ik vond het prima dat er een architect in mijn project zat, want die zijn meestal een bron van nuttige kennis en inzichten. Soms ook van frustratie, omdat van alles niet mag, maar juist dat spanningsveld is gezond.
Deze architect had wel een probleem met mij. Te pas en te onpas begon hij over vrouwen te klagen tijdens ons projectoverleg. ‘Jullie vrouwen doen altijd zo…’. Hij was op zijn zachtst gezegd een uitdaging. Ook omdat hij alle ideeën gelijk wegwuifde. ‘Dat gaat nooit werken’.
Ik heb er serieus overwogen om een vervanger te vragen, maar besloot om eerst in gesprek met hem te gaan. De eerstvolgende projectoverleg vroeg ik of hij even wou blijven. En toen heb ik hem mijn dilemma uitgelegd. Dat ik probeerde gezamenlijk iets goeds voor elkaar te krijgen en dat door al zijn kritiek dit best moeilijk was. En dat ik niet goed wist hoe ik hiermee om moest gaan.
En toen gebeurde het, hij legde zijn wapens neer en begon te praten. Over zijn zware privé situatie, over zijn frustratie dat er nooit naar hem werd geluisterd (waardoor hij steeds scherper was gaan praten) en over zijn betrokkenheid bij het project. Want ook hij wilde iets goeds neerzetten.
Er was nooit eerder op die manier met hem gesproken. Zijn hele carrière niet. Hij werd niet gezien. Niet gehoord.
In de periode daarna hebben we een aantal keer met elkaar gesproken en hij begon voor meer dan 100% mee te doen. Hij werd zelfs ambassadeur in de rest van de organisatie. In plaats van klagen en problemen zoeken, kwam hij met voorstellen en ideeën.
Het project werd succesvol afgerond, mede dankzij zijn kritische blik.
Wat ik van deze verrassing geleerd heb? Dat achter kritiek vaak grote betrokkenheid verschuilt. En dat openheid en luisteren enorm krachtig zijn.

