Die outdoor-trainingsdag was zondermeer grote klasse. Er was veel op tafel gekomen, andere mogelijkheden om samen te werken duidelijk geworden, de deelnemers en wij ronduit enthousiast.

Mijn collega en ik hadden een gedegen evaluatie opgesteld. Je kon je vingers erbij aflikken. Onze conclusies en aanbevelingen waren opbouwend, ook beschermend naar het menselijke en vooral professioneel.

We hadden een eindbespreking met de opdrachtgever en de teamcoördinator. Zij prezen ons de hemel in. De opdrachtgever had nog nooit zo’n transparant en gedegen evaluatierapport gehad. Met dat opbouwende konden hij en de coördinator zeker wat mee. Enfin, we maakten afspraken om tot een vervolg te komen (en die waren voor ons rooskleurig). Wij blij afscheid genomen en samen met mijn collega hebben we het eindgesprek geëvalueerd. Ja, en toen …..

Ik geloof dat mijn collega zei van “heb jij dat handje op z’n schouder ook gezien”?

Mijn collega en ik keken elkaar aan. Bij het afscheid nemen had ik al een raar gevoel in m’n buik. Nu mijn collega die opmerking maakte kreeg ik een ronduit K—- gevoel.

Onze opdrachtgever was een commercieel directeur van eind 40, een echte commerçant met een groot netwerk en zeer bekend in de zakelijke omgeving van de organisatie. de coördinator was een jonge vrouw, die in het management-development programma van de organisatie was opgenomen.

Ook ik had dat handje gezien, mijn collega en ik keken elkaar vol ongeloof aan. “Zou het echt…..? Dit kon toch niet waar zijn!

In ons eindrapport hadden wij in hele positieve bewoordingen een paar leerpunten voor de coördinator gesignaleerd. Ook hadden wij opbouwend een aantal mogelijkheden geadviseerd hoe daarmee om te gaan.

Al pratend creëerden wij een lijst met opmerkelijkheden. Zo was de opdrachtgever in voorgaande gesprekken joviaal en met grote grijnzen breedvoerig. Nu zat hij in elkaar gedoken. De foto bij deze post is beeldend voor hoe hij en de coördinator naast elkaar zaten en zij waren beiden van ons afgewend.

Was dat eindgesprek theater?

Niet iedereen heeft altijd dezelfde belangen. Dat kan leiden tot gespannen situaties. Dan is het goed om je bewust te zijn van je eigen gevoel in die situatie. Dat gevoel zit vrijwel nooit in je denkhoofd, wel in je lijf. Je krijgt een droge mond, gaat hoesten, krijgt wat kriebels in je buik en nog zo wat. Die gevoelens zijn vrijwel altijd een reactie op onbewuste processen die in zo’n gesprek gaande zijn. Die gevoelens zijn altijd een signaal dat er in het gesprek meer speelt dan ogenschijnlijk op tafel komt.

Luister naar je gevoel, is makkelijker gezegd dan gedaan. Als je die gevoelens krijgt, dan is het handig daar bewust mee om te gaan. Omarm ze en probeer bewust te worden van wat er nog meer speelt in dat gesprek. Welke onbewuste processen zijn er aan de orde? Wordt er gelogen? Worden mensen beschermd? Durft men de gevolgen van aanbevelingen niet aan? Is men bang voor de eigen positie? Hier wat tips en tops hoe je ondanks de onbewuste processen toch een positieve uitkomst kunt krijgen.

Wat er ook gebeurt, ieder gesprek begin ik altijd met een social talk. In dat deel van het gesprek, of in het gehele kennismakingsgesprek gaat het mij om het ontdekken van de basishouding van iemand. Dat is de houding die iemand aanneemt als die ontspannen en vrijuit de waarheid zal spreken. Je ontdekt die houding door te praten en vragen te stellen over onderwerpen waarvan je met zekerheid kan zeggen dat ze daar naar waarheid over spreken. Zoals de vraag naar hun volledige naam of laatste vakantie. In zo’n kennismakingsgesprek let ik altijd op de gezichtsuitdrukking, hoe iemands ogen bewegen en of iemand in een open houding zit. Of ook nieuwsgierig is naar mij, of er echt geluisterd wordt naar elkaar.

Na het kennismakingsgesprek ga ik bij mijzelf na wat voor een gevoel dat gesprek mij heeft gegeven. Voel ik mij opgetogen, of neutraal (ik zie wel), of gespannen (dat wordt uitdagend) of brrrr (ik weet niet of ik hiermee door moet gaan). Is het een social talk van een vervolggesprek dan wil ik een bevestiging voelen van hetgeen ik na de kennismaking heb gehad. Hierbij merk ik op dat ik bij een kennismaking tijdens het gesprek zelden de order afsluit. Ik wil namelijk een relatie met iemand opbouwen en dan is het onderkennen en bewust zijn van onbewuste processen essentieel.

Wordt het nu zakelijk dan komen er regelmatig afwijkingen t.o.v. die basishouding. Door die afwijkingen merk, hoor of zie ik dat er onbewuste processen in het gesprek spelen. Zo kunnen mensen meer en sterker gaan knipperen met de ogen, giechelen of vaak gapen, hun lippen op elkaar persen of voetje wrijven. Mensen kunnen zich gaan afwenden, er is geen open houding meer. De benen zijn stevig over elkaar heengeslagen.

Soms zijn die onbewuste processen miniem zichtbaar. Het vluchtig met de hand roeren van de schouder was zo’n voorbeeld. Andere voorbeelden kunnen zijn: een minieme knik van het hoofd terwijl iemand eigenlijk ontkent, of beweging van de wenkbrauwen. Het lichaam verraadt hier onbewuste gedragingen.”

Je gevoel dat je overhoudt na een gesprek is vaak een combinaties van bepaalde gedragingen. Probeer die gevoelens en die gedragingen goed op elkaar af te stemmen. Ga dus niet direct de ander beschuldigen. Vraag de ander open naar onderliggende wensen en behoeften, angsten of zorgen. Ik had bijvoorbeeld kunnen vragen wat de reden was dat ik mijn opdrachtgever herken als een open-minded mens. Alleen dat ik in het gesprek hem als gesloten en afwezig ervaar. Zo stuurt u aan op een gelijkwaardige situatie en vermijdt u conflict.

Deze post is een reactie op “je moet naar je gevoel luisteren”. Voor veel mensen is ‘gevoel’ onbekend terrein. Echter ook voor hen gaat het bovenstaande op. Bij hen gaat het dan om “afwijkend” gedrag t.o..v de basishouding te herkennen. Wanneer iemand heel open is bij de eerste kennismaking  en bij de vervolggesprekken minder open is, dan kunnen er ook vragen worden gesteld. Uitsluitend ons denkhoofd bij dergelijke vraagstukken gebruiken is minder handig. Kijk nog even naar het begin van deze post. Het gesprek over het evaluatierapport was prima. Mijn collega en ik dachten bij het afscheid nemen heilig dat we de vervolgorder in onze knip hadden.  Opnieuw voor ons een waarschuwing dat ons denken ons aardig kan misleiden.

Mijn collega en ik hebben na het gesprek en na onze ontdekking wat onderzoek gedaan. Daar ga ik niet op in. Jammer van die rooskleurige omzet, het onderzoek was voor ons voldoende om het contact te verbreken.

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply