Vorige week beschreef ik waarom de Chinese denkers een gevaar zien in ons westerse aanpak om onszelf te leren kennen. We beschreven dat die zoektocht naar het zelf als iets dat eenduidig en waar is, iets dat binnen in ons zit en wat we moeten ontdekken, als zeer gevaarlijk. Wij in het westen denken onszelf te kennen en te weten wat ons drijft: dat we de neiging hebben ons druk te maken over kleine dingen, dat beproevingen ons nerveus maken; dat we perfectionisten zijn of juist sloddervossen. Maar wanneer we onszelf definiëren, doen we dat maar al te vaak aan de hand van onze passieve reactiepatronen en ongezonde gewoonten.
De chinezen hebben andere ideeën en die zijn zeer goed uit te voeren. Eén van hun belangrijkste voorstellen is dat we rituelen moeten uitvoeren.
Alleen waarom juist dat? Hoe kunnen rituelen ons nou vrij maken?”
Echter, op Confuciaanse wijze aan rituelen deelnemen, heeft een tranformerende werking. Confuciaanse rituelen – ook wel ‘alsof’ rituelen – komen voort uit de kleine alledaagse dingen die we doen. Een voorbeeld van een ‘alsof’ ritueel is als je glimlacht naar een vriend op straat terwijl je je eigenlijk druk maakt om een slecht tentamencijfer. Ook als je eigenlijk met je ogen wilt rollen wanneer je irritante nicht iets zegt, maar in plaats daarvan doet alsof ze iets heel interessants heeft gezegd, is er sprake van een ‘alsof’ ritueel.
Inderdaad, deze momenten gaan recht tegen onze authentieke, ware gevoelens in. Ze kunnen nep voelen, alsof we alleen maar vriendelijk zijn om beleefd over te komen.
Maar Confucius vond dergelijke rituelen waardevol – als we ze op rituele wijze en dus niet als een verplichting uitvoeren – juist omdat ze tegen onze authentieke, ware gevoelens ingaan. Hierdoor kunnen ze ons helpen om even een ander, beter mens te worden. Hoe vaker je bewust bezig bent met zulke rituelen, hoe beter je jezelf ontwikkelt. Je traint jezelf om niet altijd te handelen in overeenstemming met je ware zelf, maar om je juist beter te gedragen.
Deze ontmoetingen met voorbijgangers op straat zijn niet de enige momenten om te breken met wie we echt zijn. De manieren waarop je je tegen je zelfbeeld kunt keren, kan je actief kiezen.
Tijdens je opvoeding hebben je ouders en jij gelet op de zaken waar je goed in bent en heb je geleerd hoe je je talenten kunt benutten. Je weet nu dat je videospelletjes of musea, wiskunde of muziek leuk vindt. Je haat hardlopen, maar je houdt van voetbal. Je hebt geleerd om je focus te beperken en je te richten op je interesses en je talenten, je vakken en buitenschoolse activiteiten met zorg uit te kiezen en plannen te maken om zo efficiënt mogelijk de toekomst tegemoet te treden.
Maar door je te richten op waar je goed in bent en waar je van houdt, en zodoende je talenten en interesses te honoreren, ben je tegelijkertijd ook bezig met iets anders: jezelf trainen om je niet bezig te houden met zaken die je in andere, onbedoelde richtingen leiden. In plaats van dat je gericht en efficiënt te werk gaat, houdt je eigenlijk de deur dicht voor nieuwe ervaringen.
Je kunt uit dit patroon breken door je opzettelijk te keren tegen je focus, tegen datgene dat je het liefste wilt. Kies om je bezig te houden met dingen die je niet leuk vindt en waar je helemaal niet goed in bent. Vestig je aandacht op interesses waarvan je denkt dat je er geen tijd voor hebt. Zoek ervaringen op juist omdat ze totaal niet bij je passen.
Het doel is niet om je in de breedte te ontwikkelen of om een expert te worden in zo’n nieuw gebied. Het gaat erom dat je van het uitbreiden van je perspectief en het uitbreiden van je leven een gewoonte maakt. Het gaat erom dat je constant oefent om jezelf bezig te houden met allerlei zaken die je ertoe dwingen om de beperkingen te laten varen die horen bij het leven als een individuele, authentieke zelf. Je geeft jezelf de mogelijkheid om te leven in een reeks uitbraken: uitbraken uit je ware gevoelens, je ware interesses, je ware talenten.
En wat is het resultaat van dit alles? Als je jezelf traint om te breken met jezelf, kan je blijven veranderen en groeien. Als je je goedheid ontwikkelt, wordt dit langzaam een tweede natuur die invloed heeft op de wereld om je heen. Je vriendelijkheid, geworteld in het alledaagse leven, zal zich eerst uitstrekken over je familie en vrienden en zich zo verspreiden over de stad, de regio, het land en de hele wereld.
Dat is waarom de Chinese filosofen het volgende zouden zeggen: probeer niet te zoeken naar wie je bent, en als je dit toch doet, plaats je ontdekkingen dan niet op een voetstuk. Kies in plaats van zelfacceptatie voor zelfontwikkeling. In plaats van dat je jezelf moet waarderen, moet je jezelf overstijgen. Dit is niet alleen de manier om als volwassene tot bloei te komen, het is ook de beste manier om de wereld tot bloei te laten komen.
Michael Puett schreef in 2017 het oorspronkelijke artikel:
“Waarom je volgens de Chinese filosofen beter niet kan zoeken naar wie je bent

