Er was eens een jonge vent in Los Angeles Californië. Hij had een droom, hij droomde ervan een Ferrari te bezitten. Zijn verlangen was zo groot, dat hij zichzelf al zag achter het stuur zitten. Hij kon de zachte, soepele leren bekleding al ruiken. Hij voelde de kracht al waarmee de wagen over het asfalt schoot. het is prima om zulke verlangens te hebben, alleen …..

Op een dag gebeurde het. Hij kreeg de langverwachte promotie, met de bijbehorende salarisverhoging. Dat was meer dan toereikend om zijn droom waarheid te alten worden. En ja, hij deed dat, kocht zijn Ferrari. Zijn droom was uitgekomen.

De auto reed geweldig! De jonge man genoot van alle aandacht die hij kreeg van jaloerse leeftijdgenoten en knappe vrouwen. Er was wel een nadeel dat de aflossing van zijn persoonlijke lening die hij nodig had gehad om de auto te kopen, wel een aanslag betekende op zijn maandelijkse budget. De salarisverhoging die hij had gehad bleek maar nauwelijks voldoende te zijn.

De vrouwen die hij aantrok met zijn auto, verwachten eigenlijk dat hij hen meenam naar dure restaurants. Zij rekenden op dure cadeaus, de parkeerwachters op fikse fooien. Tja, voor wat hoort wat, toch?

En toen kwamen de servicebeurten voor de Ferrari. Die waren bepaald niet mals. En dat waren alleen nog maar de beurten zelf, geen extra reparaties. gelukkig had hij die nog niet, alleen de rekeningen waren zo hoog dat er niets meer overbleef om van te leven.

Hij vond het wel allemaal de moeite waard. Hij vond het heerlijk om zijn auto te wassen, te poetsen. Wat er ook gebeurde na enkele maanden was, dat er krasjes op de lak kwamen.

Hij begon moe te worden van alle aandacht en de eisen die de auto en zijn nieuwe “vrienden” aan hem stelden. Hij begon zich af te vragen met wie die vrouwen nu eigenlijk  mee uit wilden, met hem of met de auto?

De Ferrari- zijn trots en de basis van zijn geluk – begon een bron van teleurstelling en somberheid te worden. De auto werd een last.

Dat bracht hem van zijn stuk dat had hij niet verwacht. Hij had verwacht dat hij volkomen gelukkig zou zijn, maar dat was hij niet.

Sterker hem bekroop de angst voor de toekomst, hoe zou dat gaan, en met zijn financiën en vooral iets heel anders. Zijn beeld van dat je gelukkig zou zijn door zo’n auto viel helemaal in duigen. Hij kwam voor de vraag te staan van ”wanneer ben ik als mens dan wel gelukkig?” en “als een Ferrari niet genoeg is, zal ik ooit nog gelukkig kunnen worden?”

De les: geluk is never nooit te koop.

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply