Mensen die managementopleidingen en -cursussen volgen etc. zijn jarenlang en wellicht decennialang en helaas nog steeds geconditioneerd in het stellen van de verkeerde vragen. De klassieke misleidende vraag is: ”Welke managementtechniek of methode is de beste?” De echte vraag zou moeten zijn: “Waarom heb ik een managementmethode of -techniek nodig?” Managen is als afvallen, de belangrijkste vraag is niet “Wat eet ik?” maar “Waarom eet ik?”. De juiste vragen geven de juiste feiten en dat laten we na. Dat maakt dat bepaalde stellingen over management onbewezen zijn en zo ontstaan mythen. Wat dacht u van de uitroep dat een manager charisma moet hebben, of dat Prince 2 de juiste projectmanagementtechniek is. En zo kan ik nog wel even doorgaan

Managen wordt overspoeld door mythen. Er zijn managers, zowel aankomende als seniors, die geloven dat als ze zich kunnen voordoen of vechten als Madela, Trump, Churchill, of weet ik veel wie nog meer. Ze denken als ze doen wat die deden dat ze daardoor direct superioriteit verwerven. Deze geaccepteerde manier van doen is even onzinnig als de mythe dat alle managers die een opleiding volgen alle technieken exact het zelfde moeten uitvoeren. Maar junior managers kunnen managen alsof ze reeds zeer ervaren zijn, een manager uit een overheidsinstelling kan niet doen alsof hij ook in een commerciële omgeving kan managen, en managen in een trendgevoelige branche is echt wat anders dan managen in een woningbouwcorporatie. Het is volstrekt belachelijk om van mensen te vragen zich als een kameleon om te vormen tot een ander mens. Iemand die als een diesel functioneert kan je niet vragen een formule-1 motor te zijn.

Uit deze oneindige chaos van onbewezen onzin komt een ander onaantastbaar fenomeen voort: de “straatvechter”. Volwassen en volleerde managers en opleiders worden vaak lastig gevallen door deze marginale groep van mensen die niet de volharding en de wil hebben om te trainen, of het zelfvertrouwen hebben om de competitie met die anderen aan te gaan. Deze figuren beweren onophoudelijk dat ze echte managers zijn en beter zijn dan al die anderen. Zij pretenderen immuun te zijn voor beoordeling. Echter ga je dieper met die mensen aan de slag dan blijft er uiteindelijk niet veel meer over dan een grote mond.

Ik denk dat de managers die gezien moeten worden als een “straatvechter” eigenlijk gezien moeten worden als een onvolwassen jongetje die vaak degene is die conflicten in de organisatie veroorzaakt. Deze figuren respecteren mondeling, psychisch verbaal geweld. Als uitvoerenden worden blootgesteld aan managers die dat geweld gebruiken, absorberen ze twee signalen. Ten eerste dat die managers dat soort geweld stilzwijgend goedkeuren en ten tweede dat die managers dat soort geweld gebruiken om vraagstukken in de organisatie op te lossen. Ik hoop dat ik met dergelijke managers nooit meer aan de slag moet. Een aantal ervaringen hebben mij geleerd dat het trekken is aan een dood paard.

Twee dingen doen mij glimlachen aan de manager als “straatvechter”. Welk doel streeft hij na om zijn gezonde verstand uit te schakelen en zichzelf de titel “straatvechter” toe te kennen. En om vervolgens te beweren dat hij als straatvechter een hogere status heeft dan volwassen, ervaren managers  en te claimen dat die managers niet echt kunnen gaan voor een bepaald doel.

Managen als een straatvechter heeft zijn verdienste, maar is het eigenlijk niets meer dan een trucje? Neem die uitgeschreven vergadering om een stevig conflict uit te praten. Bij het uitschrijven van de vergadering gaat de “straatvechter” accoord. Wat er vervolgens gebeurt is dat hij zijn mensen dwingt om alles uit hun handen te laten vallen om het probleem dat door hem is veroorzaakt op te lossen. Bij de vergadering speelt hij de onschuld zelve Er is helemaal geen probleem wat zeuren we nu!. Het is de situatie waarin er sprake is van de oudst bekende tactiek van de verrassingsaanval.

Managen als een “straatvechter” heeft geen magische kracht en het betekent dan ook niet dat een onervaren, ongeschoolde manager ineens op topniveau kan functioneren. Vaak hij niet de niet de professionele snelheid, doorzettingsvermogen en accuratesse opbrengen zonder jarenlang te oefenen, ervaring op te bouwen, bloedneuzen oplopen. Dit zijn ervaringen die echte managers  opdoen in hun jarenlange loopbaan en toewijding voor de organisatie.

Tenslotte kan ik je verzekeren dat er veel meer échte managers zijn die wel eens op het slagveld van onderhandelingen, veranderprocessen, projecten hebben gestaan en gaan voor een doel etc en daar hun vaardigheden hebben moeten toepassen. Denk aan vandaag (1 november 2020) aan de strijd die intern bij KLM wordt gevoerd om de staatssteun van 3,5 miljard te krijgen. Wie denk je dat in dergelijke hete situaties de beste resultaten zullen boeken? De vaardigheid van een échte manager zal altijd, zonder enige twijfel, beter voor hem werken dan de vaardigheid van een zgn. straatvechter.

oh ja

Het moge duidelijk zijn dat ik absoluut niet geloof in één zaligmakende managementmethode of -techniek. Wel geloof ik dat er vele diverse mensen en dus ook managers zijn. De allereerste vraag die iemand die manager wenst te zijn zichzelf moet stellen is “ben ik wel een manager, een bestuurder, een leider”. Hier zitten twee aandachtsgebieden, t.w.: of je het bent en vervolgens wat voor soort leidinggevende ben je dan. Een andere vraag die van belang is: in welke situaties wil ik die soort leidinggevende zijn. De derde vraag die vervolgens van belang is: welke bijdrage wil ik leveren aan het team, de afdeling, de organisatie. En het antwoord op die vraag is écht anders dan “ik wil resultaat leveren”.

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply