Werken is goed voor een mens, alleen het bijbenen wordt nog een hele klus voor veel mensen. Wat is in dit kader ‘goed’ en wanneer is werk ‘goed’. Het zijn kreten die we dagelijks tegen komen. Dat wordt versterkt doordat er nogal wat gaande is. Denk aan technologische ontwikkelingen, flexibel werken, zwaardere eisen die aan de werkende mensen worden gesteld. Kort geleden heeft de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) hierover een rapport gepubliceerd. Hierna meer.

De manier waarop we werken is stevig veranderd, maar voor velen van ons niet ten goede. Jarenlang laag de focus vooral op méér werken. Méér mensen moesten een baan vinden en iedereen moest meer uren maken. Echter de arbeidsmarkt is de laatste decennia stevig veranderd. Daar zijn diverse oorzaken voor aan te wijzen. Het gat nu niet zozeer over die oorzaken wel over de gevolgen ervan. Immers door de veranderingen op de arbeidsmarkt zijn we genoodzaakt om na te denken over HOE we eigenlijk werken.

Werk is essentieel voor de mens, zeker voor mensen die nu leven en werken. Werk geeft mensen een doel in het leven, het helpt ons bij het vormen vaan onze identiteit. Ook is werk van groot sociaal belang. Heb je geen werk, dan mis je voor een groot deel contact met de gemeenschap.

Al die veranderingen gaan zo snel dat er nogal wat mensen zullen zijn die dat tempo niet kunnen bijbenen. Niet dat ze dat niet willen, wel omdat ze dat gewoonweg niet goed kunnen. De veranderingen gaan niet alleen snel, ook zijn het er vel en dat maakt het allemaal heel complex. Dat maakt dat sommige mensen het erg moeilijk vinden om een en ander bij te benen. Het opleidingsniveau dat ze hebben is niet toereikend, ook kunnen al die ontwikkelingen een behoorlijke mentale en emotionele aanslag betekenen op die mensen. as het vroeger zo, dat je ze dan een relatief eenvoudige baan kon verstrekken, nu, door al die nieuwe technologie, zijn er steeds minder eenvoudige banen. Dit heeft als gevolg dat mensen die maatschappelijke aansluiting gaan missen.

De WRR adviseert om te komen tot een soort van basisbaan, d.w.z. dat die mensen werk gaan doen die maatschappelijk van nut zal zijn. Dat is niet zozeer bedoeld om mensen een opstap te geven naar de arbeidsmarkt. Het doel is, dat mensen langdurig en stabiel kunnen werken om zo hun welzijn te verbeteren. Belangrijk is wel dat ze daarvoor betald worden. Door dat salaris voelen mensen zich nuttig.

Ook de flexibilisering van het werk is een punt van zorg. Bij veel mensen leidt die flexibilisering tot grote onzekerheid. Het komt veelvuldig voor dat er sprake is van draaideurwerkeloosheid. Mensen gaan van tijdelijke functie naar tijdelijke functie zonder echt voet aan de grond te krijgen. Als er gezondheidsproblemen komen en daardoor arbeidsongeschiktheid dreigt  , hebben deze zgn. flexwerkers geen vangnet. Dat is niet alleen voor het werk een hindernis, ook voor hun privéleven. Concreet: draaideurflexwerk geeft zeer weinig zekerheid, geen basis om een huis te kopen, remt het stichten van een gezin af.

Tenslotte maakt technologie het mogelijk dat we sneller én meer taken kunnen doen in minder tijd. Dat wordt van ieder vaan ons verwacht. Dat maakt dat de werkdruk steeds hoger wordt. Oververmoeidheid en burnout liggen op de loer. We kunnen bijleren, dus in principe zullen we die werkdruk wel aankunnen. Echter dan dienen de mensen wel autonomie hebben, zelf kunnen beslissen hoe zij hun tijd kunnen indelen. Belangrijk bij de autonomie is wel dat ze dan gesteund worden door de werkgever en door hun collega’s. Krijgen en hebben ze die niet dan branden ze op.

Dat laatste is vaak helemaal niet terug te vinden. Sterker steeds meer is er sprake van strakkere roosters en tijdschema’s. Mensen moeten over alles wat ze doen verantwoording afleggen. Dat zorgt weer voor extra werk, in de vorm vaan invullen van formulieren of het rapporten aan een leidinggevende. Hoe we ook de mond vol hebben over zelfsturing en het vergroten van het zelforganiserend vermogen, die vergrote tendens om verantwoording etc af te leggen werkt tegendraads. Het is het tegendeel van het creëren van goed werk.

Belangrijk is, dat we de focus gaan leggen op “lekker werken”, dat mensen lekker in hun vel zitten en zo fluitend naar hun werk komen. Daan zijn investeringen nodig. Niet alleen in geld, veel meer in tijd en aandacht voor dit aspect van werk. Doe je dit dan lukt het zeker om dat lekker werken voor elkaar te krijgen. Dat is een compleet andere invulling van het begrip ‘goed werk’ dan een aantal decennia geleden. Het gaat dus niet om het hebben van een baan voor geld. Het gaat om werk waarin je kan groeien en bij kan dragen. Dat dit een onderwerp is van Cochin-pproach zal duidelijk zijn. Immers mensen die lekker in hun vel zitten zullen een voorbeeld zijn om MENSWAARDIG naar RESULTAAT te realiseren

 

Bewerking artikel van Priscilla van Agteren (AD)

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply