Het begon na het spectaculaire succes van de Nederlandse schaatster Tonny de Jong, die najaar 1997 de hegemonie van de Duitse Gunda Niemann doorbrak.

Het jongste type glij-ijzer voor oerhollands volksvermaak én topsport verloochent in naam zijn Nederlandse afkomst niet- ere wie ere toekomt. Vorig jaar moest de internationale schaatstop erkennen dat er met die rare Hollandse vinding niet te spotten valt. De wereldpers nam onmiddellijk de benaming over die de Amsterdamse uitvinders (VU) aan hun beweegbare noren gaven: klapschaats.

Topatleten zijn er niet snel toe te bewegen over te stappen op nieuw materiaal. Er staan grote belangen op het spel. Pas als bij voorbaat duidelijk is dat er voordeel valt te behalen, durven zij de stap aan. Met de klapschaats heeft dat meer dan tien jaar geduurd. De eerste is reeds in 1985 door onderzoekers en instrumentmakers van de Faculteit der Bewegingswetenschappen van de Amsterdamse VU gebouwd en ook toen al door diverse leden van de nationale kernploegen beproefd.

Wanneer u dit verhaal leest, wilt u dan ook in uw achterhoofd houden de introductie van impactondernemen in de context van betekeniseconomie. We geloven allen in ons huidig economisch denken en hoe dat het ondernemerschap beïnvloedt. Met impactondernemen is het nodig af te stappen van dat oude denken en een nieuw geloof aan te gaan hangen.

Opnieuw het wiel uitgevonden

Het eerste idee om een klapschaats te ontwikkelen werd binnen de Faculteit der Bewegingswetenschappen van de Amsterdamse Vrije Universiteit geboren op een receptie waar de toenmalige schaats-onderzoekers van de Faculteit, Gerrit Jan van Ingen Schenau en Gert de Groot, in gesprek waren met de instrumentmakers Wim Schreurs en Hans Meester van het Academisch Medisch Centrum (Universiteit van Amsterdam). Zij besloten het project gevieren als ‘uitvinders’ aan te pakken.

De oud-sprinter Ron Ket werd aan het eind van het seizoen 1984/1985 bereid gevonden om zijn schaatsen door de instrumentmakers te laten ombouwen en onder toeziend oog van de pers op de 500m een tijd te zetten. De eerste officiële klapschaatstijd bedroeg 40,63 s met een opening van 10,20 s (!). Gezien de geringe voorbereiding van Ket voldoende reden om het project voort te zetten. Op 21 februari 1985 werd onder volgnummer 8500483 Nederlands octrooi aangevraagd. Na een marktonderzoek zijn de uitvinders in 1985 door het Uitvinderscentrum in Rotterdam in contact gebracht met de firma Viking. In 1986 besloten zij de exclusieve rechten aan Viking over te dragen en de octrooibescherming uit te breiden naar meer landen. In dit proces kwam aan het licht dat de hoofdredacteur van het blad Fiets, Guus van de Beek, ook ideeën voor een vergelijkbaar principe had ontwikkeld en daarvoor in december 1985 Nederlands octrooi had aangevraagd. Besloten werd toen de krachten te verenigen en gezamenlijk met de octrooigemachtigde van Viking één Europese aanvraag in te dienen.

Het nieuwheidsonderzoek van het Europees octrooibureau bracht aan het licht dat de klapschaats geen bescherming kan krijgen, aangezien tussen 1894 en 1937 maar liefst vijf keer een octrooi was verleend op verschillende typen, merendeels kunstschaatsen.

De uitvinders kozen voor de naam ‘klapschaats’ om aan te duiden dat deze schaats het mogelijk maakt om aan het eind van de afzet ‘een klap na’ te geven. De naam heeft niets te maken met het geluid waarmee het ijzer tegen de schoen terugklapt. Het woord is inmiddels als soortnaam opgenomen in de meeste woordenboeken en in het vocabulaire van de internationale schaatswereld, ondanks het feit dat de uitvinders in hun octrooiaanvraag van slapskate spraken. Deze taalverrijking vormt een aardige compensatie voor de teleurstelling dat de uitvinders het wiel opnieuw uitvonden.

In het seizoen 1994/1995 werd de spits afgebeten door de juniorenselectie van Zuid-Holland. Eén van de trainers van dit gewest, Erik van Kordelaar, studeerde aan onze faculteit en raakte ervan overtuigd dat de theorie achter de klapschaats in de praktijk moest werken. Nadat hij zijn persoonlijke records spectaculair had verbeterd, vond hij met zijn collega Dick de Bles elf junioren bereid het avontuur aan te gaan. Zij boekten succes. Een jaar later bleek reeds meer dan de helft van de Nederlandse topjunioren overgestapt, waarna drie Nederlandse dames uit de seniorenkernploeg (Tonny de Jong, Carla Zijlstra en Barbara de Loor) het vorig seizoen aandurfden om de klapschaats in het internationale topschaatsen te introduceren.

Andere dames (waaronder Gunda Niemann en Marianne Timmer) volgden met wereldkampioenschappen en wereldrecords. Zelfs de scepsis van de heren (een ‘vrouwenschaats’) verdween in de loop van het seizoen. De vraag of met de klapschaats voordeel valt te behalen is door de praktijk bevestigend beantwoord.

Dank: VU

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply