Bij Betekeniseconomie zijn twee randvoorwaarden essentieel:

1)Urgentiebesef
2)Handelingsperspectief

Alles valt of staat bij urgentiebesef. Mensen komen pas in beweging en/of gaan pas geëngageerd gedrag vertonen als zij (in)zien dat hun maatschappelijk-betekenisvolle inspanning ertoe doet. Urgentiebesef is iets anders kennis. Mensen wéten dat er een ecologische crisis gaande is – hebben informatie over bijvoorbeeld de ineenstorting van biodiversiteit – maar dat wordt pas urgentiebesef op het moment dat die kennis/informatie volledig doorleefd en geïnternaliseerd is. Anders gezegd: pas als mensen slecht slapen van de informatie die ze over biodiversiteit hebben, is er sprake van urgentiebesef.

En ook handelingsperspectief is geen gegeven. Het is niet zo dat mensen – als ze eenmaal écht weten wat er maatschappelijk aan de hand is – meteen ook weten wat zij daar persoonlijk aan kunnen doen. Het barst van de mensen die machteloosheid ervaren in het aangezicht van bijvoorbeeld de biodiversiteit-crisis. Ze weten en willen wel, maar kunnen niet.

Als we urgentiebesef en handelingsperspectief in een matrix plotten, levert dat een viertal acties-agenda’s op:

-Bereiken
-Bestrijden
-Begeleiden
-Bestendigen

Het manifesteren c.q. activeren van een Betekeniseconomie vereist dus dat we mensen die geen urgentiebesef en geen handelingsperspectief hebben eerst en vooral bereiken. Is er wel handelingsperspectief, maar geen urgentiebesef, dan is er sprake van een vorm van ontkennen of bagatelliseren die we dienen te bestrijden. Is er sprake van wél urgentiebesef maar géén handelingsperspectief, dan moeten we mensen dat handelingsperspectief gaan bieden; we moeten ze begeleiden. En mensen die én weten én kunnen, moeten we bevestigen en bestendigen in hun vaardige doen en laten!

Dank Kees Klomp

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply