Zorgverlener I: van verpleger naar zorgregiseur

 In Geen categorie

De zorg is, mede als gevolg van de vergrijzing, één van de belangrijkste sectoren in de Nederlandse economie. Niet alleen werkt een groeiend deel van de beroepsbevolking in de zorg en besteden we een belangrijk deel van het nationaal inkomen aan de zorg, maar deze sector is ook een van de meest innovatieve branches in Nederland. Samen met de financiële dienstverlening en de ICT sector, vinden bijvoorbeeld in de ziekenhuizen de meeste investeringen plaats op het gebied van digitalisering en robotisering van de werkprocessen (Smulders 2014). Binnen de nationale onderzoeksagenda (2016) wordt veel geld gereserveerd voor onderzoek naar gezondheid en gezondheidszorg.

Ondanks het feit dat de overheid er van uitgaat dat ‘de markt’ in belangrijke mate er voor zorgt dat ziekenhuizen op een efficiënte wijze de dienstverlening naar de burger reguleren, zien we dat de zorgverzekeraars niet alleen in belangrijke mate de kwantiteit (hoeveel behandelingen mag een ziekenhuis aanbieden) maar ook de kwaliteit beïnvloeden. Hiermee sturen ze ook in belangrijke mate de wijze waarop het werk van zorgprofessionals moet worden verricht. Het aantal accreditaties, audits en andere kwaliteitskeurmerken waaraan de zorg moet voldoen is indrukwekkend. Verpleegkundigen gaan met de daaruit voortvloeiende  (administratieve) werkdruk op een  creatieve wijze mee om door slim gebruik te maken van de digitale mogelijkheden.  Daarnaast wordt door  de bezuinigingen  van  ziekenhuizen gevraagd om zo  efficiënt mogelijk te werken. Een middel daartoe zijn flexibele arbeidsrelaties. Mede in het licht van een enorm tekort aan deskundige verpleegkundigen is de werkdruk alleen maar toegenomen.

Bij een ongewijzigde zorgvraag in 2030 zal 25 procent van de beroepsbevolking in de zorg werken. (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen 2013).  Om het tij te keren worden een aantal  in te zetten ‘strategieën’ voorgesteld:

  • I.p.v. patiënten spreekt men over burgers die de regie hebben over hun behandelingsproces (Kaljouw & Van Vliet 2015)
  • Volgtijdelijke specialistische behandelingen maken plaats voor zorgarrangementen en zorgpaden, waarin breed opgeleide zorgprofessionals multidisciplinair samenwerken. (Kaljouw & Van Vliet 2015)
  • Digitalisering en robotisering van de zorg draagt zorg dat de burger zelf een deel van ‘het werk’ (bijvoorbeeld diagnosticeren) van de zorgprofessional over kan nemen met als doel een kortere verblijfstijd. Dat betekent wel dat in de ziekenhuizen hoofdzakelijk burgers worden ‘geholpen’ met een complexe zorgvraag, waardoor een groot beroep wordt gedaan op de specialistische kennis van de zorgprofessional die veelal werkzaam is in multidisciplinaire teams.

Kern van de verandering

Uit de interviews met verpleegkundigen kwam duidelijk naar voren dat  mede door relevante maatschappelijke ontwikkelingen de  sector die sterk in transitie is:

  • Door de toenemende vraag naar kwaliteit en zekerheid van de samenleving worden een aanzienlijke hoeveelheid prestatie-indicatoren gebruikt. Dit leidt tot een toename van de administratieve druk op de werkvloer.  Internationaal gezien is Nederland koploper in het verzamelen van informatie over kwaliteit (NVZ, 2016).
  • De toenemende vergrijzing en de enorme groei aan ‘nieuwe’ behandelmogelijkheden maakt de verleende zorg steeds complexer. De vraag naar hoger opgeleide verpleegkundigen neemt  hierdoor toe.
  • Tegelijkertijd zien we dat de zorg steeds efficiënter georganiseerd moet worden, mede om de kosten van de gezondheidszorg te beheersen.
  • Ziekenhuizen lijken nog volop op zoek naar manieren om hun organisatie af te stemmen op de gedachte dat de ‘patiënt’ zelf de regie moet hebben in zijn Op de werkvloer vraagt men zich af wat dit betekent voor de rol van de verpleegkundige. Ook is minder helder hoe deze veranderende rol van de verpleegkundige geformaliseerd moet worden, bijvoorbeeld via het aanpassen van de functies van verpleegkundigen.

Twee aspecten die  uit alle interviews naar voren kwamen was dat de meesten het een prachtig vak vonden waarbij de patiënt centraal stond en waarbij de verpleegkundige in tegenstelling tot de beleidsrapporten telkens over de patiënt sprak  en niet over de zorgvrager. Regelmatig stellen zij de vraag of registratie van prestatie-indicatoren niet een belemmering vormen voor de aandacht van zorg voor hun patiënt.

Een verpleegkundige verwoordde dit dilemma als volgt: “Het is goed dat je prestatie-indicatoren hebt, omdat je bewuster bezig gaat met de veiligheid van de patiënt. Maar het levert ook een hoop papierwerk op. Wij hebben al wel een elektronisch patiëntendossier. In de computer voeren wij dus alles in. Maar… je moet nog steeds de prestatie-indicatoren kunnen aantonen. Dus of je nou in een map moet schrijven, of in het systeem moet scoren, je blijft met randzaken bezig waarmee je eigenlijk niet mee bezig wilt zijn. Die tijd wil ik gewoon aan de patiënt besteden”

Verpleegkundigen zijn ervan doordrongen dat de zorg binnen ziekenhuizen zo efficiënt mogelijk moet plaatsvinden, omdat de verblijftijd van de patiënten zo kort mogelijk moet zijn. In dit verband spraken enkele verpleegkundigen over ‘productie draaien’, Tegenwoordig is het streven om patiënten binnen vijf dagen het ziekenhuis weer te laten verlaten. Mensen die binnen komen , starten direct al met revalideren. Je bekijkt met alle disciplines of dit een patiënt is die binnenkort naar huis kan of langer moet revalideren. Op die manier draai je productie.

 

Dank aan studenten en collegae van Rien Brouwer, m.n. Eline van der Hulst, Sophie van Geel, Esther van Spronsen, Aleid Kamp, Julia van Ittesum, Sven Verheem, Lema Merton, Esmay Everse en Dennis Bakker. De laatsten hebben de 44 interviews afgenomen die de basis vormen voor deze post.

Recent Posts

Leave a Comment

Nieuwsgierig geworden?

Wilt u geïnformeerd blijven? Laat dan hier uw gegevens achter. Dan houden wij u maandelijks op de hoogte met onze informatiebulletin t.w. “de Stroomversnelling”