Een derde aspect van die houdgreep waar we het in drie posts over hebben is de extreme gelijkheidsdwang die je overal in het leven terugziet. Dat leidt bij overheidsinstanties tot extreme vormen van bureaucratie. Het belang van de burger, van de samenleving is meer en meer ondergeschikt aan regels, wetten, protocollen en noem maar op. Denk aan de toeslagenaffaire, denk aan het plaatsen van windmolens, allemaal voorbeelden die aantonen dat regels en wetten belangrijker lijken te zijn dan het onderling samen-leven zelf.

Vanuit het Instituut voor Publieke Waarden worden acties, activiteiten en processen veel onderzocht. Bij dat onderzoek kruipen de onderzoekers min of meer in het systeem om het systeem nog beter te kunnen analyseren. Wat oa wordt gezien is dat mensen die schulden hebben, vaak bij de psycholoog terechtkomen. Schulden brengen veel stress teweeg en dat heeft invloed op de mentale gezondheid.

De ironie is dat de kern van het probleem via deze weg vaak onopgelost blijft, maar mensen wel een extra rekening van de psycholoog aan de stapel kunnen toevoegen. Het is niet ongebruikelijk dat je bij de pyscholoog komt vanwege een schuld van 3.000 euro, en 7.000 euro kosten van de psycholoog moet declareren. De oorzaak van de zorgkosten zijn niet weggenomen, terwijl er wel extra kosten zijn bijgekomen. Stressvermindering zou kunnen leiden tot vermindering van psychische klachten. Dat vraagt om nieuwe systematische oplossingen.

De verzorgingsstaat draagt zoveel verwarring in zich, en geld is de enige maatstaf die iedereen herkent. Dus wij rekenen met geld, om te legitimeren dat we voor gezin A. iets anders doen dan voor gezin B. We laten zien dat we op regelniveau een uitzondering kunnen maken. De gezinnen kiezen vrijwel altijd verstandige oplossingen voor wat zij nu nodig hebben, in plaats van een nieuwe flatscreen. Het systeem biedt deze oplossingen niet. Door decentralisatie kan dat wel steeds vaker, en daar maken wij gebruik van.

Een argument dat vaak wordt ingebracht tegen het idee om schulden van mensen kwijt te schelden, is dat het oneerlijk is dat zij geld van de overheid krijgen en anderen niet. Maar deze extreme gelijkheidsdrang heeft tot krankzinnige bureaucratie geleid. Dat zit ons in de weg. In Nederland worden we witheet als iemand anders beter behandeld wordt dan wij zelf. In sommige landen worden mensen juist boos als anderen slechter worden behandeld dan zij. Nederlanders vinden dat in het algemeen niet zo’n probleem.

Als we zaken formeel of juridisch gelijkmaken, is het vaak desastreus voor mensen die afwijken van het gemiddelde. Door het flexibel te houden en variëteit toe te laten, wordt de regelgeving makkelijker om mee te werken. De wet zegt net zo goed dat je ongelijke gevallen moet behandelen naarmate ze verschillen, als dat je gelijke gevallen gelijk moet behandelen. Het ongelijkheidsprincipe is mij zeer veel waard.

Het pragmatische argument is dat het bedrag dat je direct zou toekennen veel lager is dan de hoge kosten die het reguliere traject met zich mee brengt. Als je het werkelijk oneerlijk vindt dat de vader zijn auto terugkrijgt, dan moeten we ook transparant maken dat je liever 300.000 aan overheidskosten uitgeeft, dan dat je voor 6.000 euro een auto teruggeeft. Nederlanders denken dat moraliteit gratis is, maar in de publieke sector is dat extreem duur.

We kunnen niet iedereen individueel behandelen en bekijken. Dat hoeft ook niet. Het systeem functioneert voor 80% goed, voor 10% iets minder en voor 10% richt het meer schade aan dan dat het goed doet. Het gaat om ongeveer 100.000 gezinnen, dus dat is makkelijk op te lossen. We hebben ongeveer 10.000 wijkteamleden, dus als zij er allemaal 10 per jaar doen, dan ben je er.

Dank: Albert Jan Kruiter

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply