Een tweede aspect van die houdgreep waar we het in drie posts over gaan hebben is de zakelijkheid van de overheid. De burger is klant geworden van de overheid. Dat een overheid dienstbaar moet zijn voor de burger is ver te zoeken, de burger is te weinig burger geworden, steeds meer de klant.
De Franse politiek filosoof Alexis de Tocqueville schreef het allerbeste boek dat ooit over democratie geschreven is. In Over de Democratie in Amerika (1931-32) deed hij op het eind een voorspelling: de democratie zal er toe leiden dat de mens individualistischer wordt, en de staat bureaucratischer. En deze twee gaan elkaar versterken. Dus hoe meer de staat gaat oplossen – in plaats van mensen onderling en in verenigingen – hoe individualistischer de mens wordt, omdat hij denkt dat de staat het wel regelt. En hoe individualistischer de mens wordt, hoe meer de staat de noodzaak zal ervaren om problemen op te lossen, want wie doet het anders?
“De mensen waar de verzorgingsstaat eigenlijk voor bedoeld is, sluiten we bureaucratisch op allerlei manieren uit. “
Dit zal voortduren tot het moment dat de overheid ontdekt dat het niet meer lukt, omdat de mens te individualistisch is geworden en de collectiviteit niet meer draagt, en dan zegt: jullie moeten het zelf doen. En dat is precies wat we de afgelopen kabinetten hebben gezien, met alle nadruk op de participatiesamenleving.
Individualisme ligt ten grondslag aan bureaucratie. De regels komen niet uit de lucht vallen: de staat produceert bureaucratie, omdat wij steeds meer op ons eigen belang behartigd willen worden. We zijn klanten geworden van de overheid, terwijl we eigenlijk burgers zouden moeten zijn. Een burger houdt het publieke belang op het netvlies, en is onderdeel van een solidaire gemeenschap. Een klant daarentegen, moet zijn eigen belang behartigen omdat de markt anders niet werkt.
De overheid heeft de afgelopen decennia tegen burgers gezegd dat ze zich in het publieke domein als klant moesten gaan gedragen, omdat we dachten dat de overheid daardoor efficiënter zou kunnen opereren. In de jaren 90 is de overheid naar marktpartijen gaan kijken, omdat deze goedkoop konden produceren. De hoop was dat scholen en ziekenhuizen naar het voorbeeld van de markt efficiënter konden gaan functioneren, waardoor we meer geld over zouden houden om andere dingen te doen. Zo is het marktidioom in de publieke zaak getrokken. Aangezien de markt alleen functioneert als klanten hun wensen duidelijk articuleren, heeft de overheid het individualisme in burgers onbedoeld aangemoedigd.
Filosofisch beschouwd is het vreemd dat de overheid vervolgens zegt dat de burger het zelf moet doen. Als burgers hebben we ooit de staat in het leven geroepen, juíst omdat we het zelf niet kunnen. En nu zegt de overheid dat het haar ook niet lukt, en mensen het zelf maar moeten doen.
We zijn afgeleerd hoe we samen gezamenlijke problemen kunnen oplossen. De publieke zaak is volledig gemonopoliseerd door de overheid. Dat is niet meer te betalen, dus nu moeten we het zelf weer leren doen. En dat leer je niet op school, dat leer je alleen door het te doen. Als burgers dat onderling doen, win je aan democratische ervaring.
Volgende keer het laatste deel van deze serie over de houdgreep waarin burger en overheid elkaar houden, tw.: de extreme gelijkheidsdwang


