U stapt voor een zakenreis in het vliegtuig. Onderweg spreekt u met de piloot: een jonge vent. ‘Doet u dit al lang?’, vraagt u hem. ‘Nee’, antwoordt de piloot, ‘ik ben net afgestudeerd en dit is mijn eerste zelfstandige vlucht’. ‘Nou’, antwoordt u, ‘het gaat u in ieder geval goed af, het opstijgen verliep tenminste uitstekend!’ ‘Ja, daar ben ik dan ook erg goed in’, antwoordt de piloot. ‘Ik heb er mijn eindcijfer behoorlijk mee kunnen opkrikken, want voor landen haalde ik telkens onvoldoendes.

Bovenstaande anekdote zou u in werkelijkheid niet erg gelukkig maken. En het is ondenkbaar dat dit op waarheid berust. Onze piloten zullen hopelijk wel goed getraind worden op alle onderdelen van de vliegkunst. Toch geeft het een aardig beeld van hoe ons traditionele onderwijssysteem in elkaar steekt. De focus in het onderwijs is gericht op eindresultaten. En die worden uitgedrukt in cijfers. Als je voor een onderdeel van een vak een slecht cijfer haalt, kun je dat (alleen) ophalen met een ander onderdeel van dat vak. Het is zelden mogelijk om een proefwerk opnieuw te maken: we moeten door! Heb je iets gemist of slecht gemaakt?, dan is dat jammer. Je kans is voorlopig geschiedenis.


Voorbij is voorbij
Bij het vak geschiedenis wordt bijvoorbeeld de module ‘Tweede Wereldoorlog’ behandeld. Eén van de leerlingen mist vanwege ziekte een aantal lesuren en haalt daardoor een onvoldoende voor dit vakonderdeel. Geen nood aan de man! De leerling kan die onvoldoende probleemloos compenseren door goed te scoren bij proefwerken over de ‘Romeinse tijd’, de ‘Gouden Eeuw’ en de ‘Industriële Revolutie’. En krijgt hij tijdens zijn eindexamen vragen over de Tweede Wereldoorlog die hij niet kan beantwoorden, dan kost dat hem hooguit enkele punten. Als hij verder goed scoort op de andere geschiedenisvragen die in het eindexamen worden gesteld, dan slaagt hij gewoon. En daarna wordt hij probleemloos toegelaten tot de universitaire studie geschiedenis. Je kunt dus geschiedenis gaan studeren (en zelfs afstuderen) zonder ook maar iets te weten over de Tweede Wereldoorlog.

Theoretisch zou je ook toegelaten kunnen worden aan een technische universiteit terwijl je niet zo goed bent in meetkunde. Dat is immers slechts een onderdeel van het vak wiskunde, dus als je wel goed bent in algebra en ook aardig kunt rekenen, kun je toch slagen voor dit vak. Dat is mooi! Het gaat er immers om dat je je diploma haalt. Met een diploma in de hand kun je gaan solliciteren en vervolgens aan het werk. Het is dan blijkbaar ook niet meer zo belangrijk om overal goed in te zijn.

Focus op sterktes
In het bedrijfsleven wordt het als “normaal” gezien om te focussen op de sterktes van medewerkers. We kijken dus vooral naar wat iemand goed kan en waar zijn kwaliteiten liggen. Waar een medewerker niet goed in is, daar zal waarschijnlijk ook diens affiniteit niet liggen. Dus daar nog veel tijd en energie in steken, levert weinig op, is het idee. Waar je wel goed in bent, daar kun je in specialiseren en uitblinken. Wat je niet kan, dat kunnen anderen misschien wel weer heel goed. Die zullen het dan wel doen – ieder zijn ding. Uiteindelijk wordt er dus ook in het werk niet veel aandacht meer gegeven aan ‘zwaktes’. Daardoor ontstaat er een Selffulfilling prophecy: de medewerker is er zelf van overtuigd dat hij iets ‘niet kan’ of bepaalde kwaliteiten niet heeft en zal niet echt zijn best doen om dat te verbeteren.

Fixed mindset of growth mindset
Deze gedachte gaat uit van een fixed mindset: ‘ik heb deze kwaliteit niet en omdat ik die kwaliteit nu eenmaal niet heb, zal investeren daarin niet veel opleveren’. Mensen met een fixed mindset zijn de mensen die bijvoorbeeld beweren: ‘ik ben niet zo goed in talen, want ik heb nu eenmaal geen talenknobbel’. Neurowetenschappers hebben al lang afstand genomen van de wetenschap, waarin werd aangenomen dat onze kwaliteiten onveranderlijk vastlagen op vaste plaatsen in ons brein. Ze hebben juist aangetoond dat onze hersenen plastisch zijn. Dat wil zeggen: we kunnen altijd blijven leren en ons blijven aanpassen aan veranderde omstandigheden. Deze gedachte gaat uit van een growth mindset. Daar gaan we volgende week verder op in

Dank Frank van Marwijk

Roland Boukema

Author Roland Boukema

More posts by Roland Boukema

Leave a Reply