Je begint ergens aan en soms denk je “Waar ben ik aan begonnen? Is dit wel een goed idee? Ik kan er beter mee stoppen”. Dit zijn nou niet echt positieve gedachten en dat is nu juist wat je wel nodig hebt om door te zetten. Een gevoel van onzekerheid kan je bekruipen en je comfortzone oprekken. Hhelemaal uitstappen, vinden we vaak ook maar eng. Doorzetten kan dan erg lastig zijn.
Herkenningspunten van ergens niet in geloven
- Je vraagt vaak om bevestiging (wat vind jij, is dit goed?). Of je eindigt iedere zin met … ja toch?
- Je kunt een compliment niet echt ontvangen en wuift het weg.
- Bij een ander zie je dat die ergens in gelooft en dat vind je keigoed. Dan vind jij dat je minder slim bent, of dat het er toch niet toe doet,.
- Jij vergelijkt jezelf veel met anderen
- Vermijding ligt op de loer: als je jouw eigen inzichten kan delen dan doe je het niet. Je denk dat die mening er toch niet toe doet.
- Je maakt jezelf kleiner en onderschat jezelf vaak
- Gedachten als: “ik kan dit niet”, “ik ben niet goed genoeg” of “ik verdien dit niet” komen vaak in je op
De volgende tips hoe het anders kan
Tip 1 Onderzoek waar je in gelooft.
Voor mij staat vast dat ieder mens in dit leven is gekomen om dat leven aangenaam te houden en te maken. We hebben onze talenten etc gekregen om daarmee aan de slag te gaan. Daar hebben we allemaal onze ontwikkelingsweg voor. Op die weg komen we dingen tegen die ons steeds meer afleiden van waar we in geloven om dit leven mooier te maken.
Het is nu de kunst om bij jezelf op onderzoek uit te gaan om na te gaan op welke punten in je leven besluiten hebt genomen, die je achteraf anders zou hebben gedaan. Ieder mens heeft dat en ieder mens kan dat. Heb je zoiets op een rijtje (het kunnen in het begin pas twee punten zijn), dan is de vraag wat had je anders willen doen en waar zou je in dat geval voor gegaan zijn. En dan vooral, wat is de reden dat ik voor dat andere zou zijn gegaan.
Meestal lukt dat niet 1 2 3. Ga dan eens met vrienden praten, ga over dit onderwerp eens met ze in gesprek. Hoe zijn zij daarmee bezig, vaak is zo’n gesprek al heel verhelderend.
We hebben allemaal negatieve gedachten die ons tegenhouden om hiermee aan de gang te gaan. Het is goed om die gedachten los te laten. Het is goed om hier iedere dag ff mee bezig te zijn, ff bewust te worden dat je niet aan het kankeren bent, of negatief over anderen denkt, of mensen negatief behandelt. Je bent niet de negatieve gedachten, die zitten ons in de weg Je bent vooral wat je doet. Het gaat erom dat je dat “doen” verandert. Dat helpt om steeds beter in iets te gaan geloven en vooral in iets wat echt van jou is.
Tip 2: Geen excuus, doorpakken!
De zin “Ja, maar…” of “Nee ik begin er volgende week echt aan!” helpt je niet om verder te komen. Als je iets een beetje probeert kan ik je nu al vertellen dat het niet gaat lukken. Het zorgt ervoor dat je lekker achterover gaat leunen en dat is jammer. Vaak heeft het een reden waarom we dingen niet doen of simpelweg opgeven. Wil je iets graag? Ga er voor!
Door het maken van excuses stel je je doelen alleen maar uit en dat is niet wat je wilt. We willen niet opgeven, dus zullen we door moeten zetten en werken aan ons doel! Vraag jezelf af: Wie of wat kan mij NU helpen?
Tip 3: Dagelijkse doelen
Door voor jezelf dagelijks (kleine) doelen te stellen werk je met kleine stapjes naar een groter doel toe. Probeer het op te bouwen van dag, naar week, naar maand en jaar. Het verschil maak je door vandaag te beginnen met bijvoorbeeld eens naar een voorbeeld te gaan waar je een rotgevoel over hebt gehad. Om vervolgens na te gaan wat je eigenlijk had moeten doen en dan helemaal wat dan het resultaat zou zijn geweest.
Dat geeft meestal een lekker gevoel. Dat houdt je gemotiveerd om het onderzoek vol te houden Dus begin vandaag om het verschil te maken voor jouw toekomst en kijk wat je op het einde van deze dag al bereikt hebt. Ben daarbij niet te streng voor jezelf en vier je successen!
Tip 4: Van uitstel komt afstel, doorzetten
Als je het oppakken van het onderzoek steeds blijft uitstellen bestaat de kans (en die is best groot) dat er he-le-maal niets gebeurt.
Door het niet te doen wek je ook de gedachten dat je het niet voor elkaar krijgt. Op deze manier saboteer je dus je eigen geluk en kan het zo zijn dat een gevoel van onzekerheid de overhand krijgt. Het is dus zinvol om nu meteen met jouw onderzoek door te gaan of te beginnen. Je bent nooit te laat om te starten.
Tip 5: Je kunt het wel!
Soms zijn we er meesters in om ons eigen geluk te saboteren. Dit komt bijvoorbeeld door negatieve gedachten of een gevoel van onzekerheid. Zaak dus om bij jezelf te zeggen “huppakeeee gaan met die banaan”, dus jezelf een schop onder je kont te geven!
Bij voorbaat al zeggen dat je iets niet kan of dat iets niet lukt, gaat je niet helpen. Wat dan wel? Proberen, doen, vallen en opstaan.
Lijkt iets onmogelijk? Streep die ON weg, alles is mogelijk, het onmogelijke duurt wat langer.
Het geeft een goed en fijn gevoel als je iets toch gedaan hebt ook al vond je het spannend of moeilijk. En wat het ook geeft, is rust. Niemand zegt dat het makkelijk is maar het is zeker niet onmogelijk! Daar laat jij jezelf toch niet door tegenhouden?!
Tip 6: Wilskracht
Wilskracht is het vermogen om je onderzoek te doen en met de resultaten ervan aan de slag te gaan. Deze kracht geeft je energie om verder te komen en dat “waar jij in gelooft” boven tafel te krijgen. Door vol te houden en door te zetten word het steeds gemakkelijker. Met wilskracht bereik je sneller je doel meestal met vallen en opstaan.
Tip 7: Denk na over je doel
Zet jezelf aan het roer en bepaal je eigen koers. Reflecteer regelmatig of je nog op de goede weg zit. Jij beheert jouw agenda, jij bepaalt wanneer je jouw onderzoek verder gaat doen, dus jij bepaalt hoe je dat waar jij in gelooft, voor elkaar gaat krijgen.


