Overheid en burger houden elkaar in de houdgreep. Hoe gebeurt dat, wat zijn de gevolgen, wat levert het op. Dat bespreken we in drie blogs, d.w.z. in ieder blog wordt een aspect van die houdgreep besproken.
Het eerste aspect is, dat we een bureaucratieprobleem hebben dat zichzelf in de staart bijt.
De overheid is een fascinerend ding, maar zij doet niet altijd wat zij moet doen. De rechtsstaat is verzonnen om willekeur te voorkomen, vanuit een tijd waarin koningen lukraak konden doen wat ze wilden. De verzorgingsstaat is in het leven geroepen om mensen te emanciperen en bestaanszekerheid te bieden. Een groep mensen voor wie dit eigenlijk zou moeten gelden, sluiten we steeds meer uit. De overheid produceert willekeur, ondanks alle regels die we hebben vastgelegd. Deze willekeur en uitsluiting leiden tot onrechtvaardigheid.
Wij kunnen steeds slechter omgaan met mensen die niet doen wat we beleidsmatig bedacht hebben. We definiëren steeds strikter wat normaal is. Meer en meer mensen vallen buiten de boot.
Dat is goed zichtbaar in wat ik de entry/exit-paradox noem: je hebt problemen waardoor je recht op iets hebt, maar omdat je die problemen hebt, wordt je dat recht ontzegd.
Denk aan jongeren met gedragsproblemen die in een traject voor jongeren met gedragsproblemen komen, waar ze uitgeknikkerd worden omdat ze zich niet gedragen. Of mensen die niet met geld kunnen omgaan, die in een traject komen voor mensen die niet met geld kunnen omgaan (de schuldsanering), waar ze vervolgens uit gegooid worden omdat ze nieuwe schulden maken, omdat ze niet met geld kunnen omgaan.
We zijn een van de meest hoogopgeleide landen, maar de organisatie van deze problemen krijgen we gewoon niet voor elkaar. De mensen waar de verzorgingsstaat eigenlijk voor bedoeld is, sluiten we voortdurend bureaucratisch op allerlei manieren uit.
Als je gezinnen zelf vraagt welke oplossingen ze graag zouden zien, blijken er vaak eenvoudige mogelijkheden te zijn. Zij komen met oplossingen waar het systeem nooit mee zou zijn gekomen. Zo wilde een vader die in de schuldsanering terechtkwam de auto die hij af had moeten staan graag terug. Hij heeft twee dochters met een hechtingsstoornis, die iedere dag met een andere chauffeur in de taxi naar school moesten, en daardoor steeds overstuur in de klas zaten.
Een rekensommetje laat de krankzinnigheid daarvan zien. De totale schuld van deze man was 11.000 euro. Hij zou nog vier jaar in de schuldsanering zitten. De taxi kost 8.000 euro per jaar, wat na vier jaar oploopt tot 32.000 euro. En twee intramurale plekken voor de dochters waarbij uithuisplaatsing werd overwogen, van 75.000 euro per stuk. Daar zitten ze minstens twee jaar in. En wat hebben we straks bereikt? Dat we een vader en zijn dochters uit elkaar hebben gehaald. Zijn we 300.000 euro verder. Zullen we gewoon die auto teruggeven met een paar benzinebonnen en een verzekering? Dan zijn we morgen voor 6.000 euro klaar.
Volgende week gaan we in op de zakelijkheid die is ingeslopen in de dienstverlening van de overheid


